Minotto

“Alleen maar opgestoken duimen”

In een klein fabriekje in Urk heeft Hans Teijgeler, samen met monteur Rutger, naar eigen ontwerp een Nederlandse sportauto gemaakt. De Minotto heeft de looks van de Barchetta’s uit de jaren vijftig en de rijeigenschappen van de sportwagens uit de jaren zeventig. Nu te bewonderen – én te bestellen, voor 250.000 euro ex btw – bij Louwman Exclusive. “Heb je erin gereden, dan wil je niet meer uitstappen.”

Wat is jouw achtergrond?
“Ik ben natuurkundige en IT’er, maar mijn werkelijke achtergrond is dat ik al van kinds af dingen maak. Het begon op mijn twaalfde met een surfplank. En nog één, en nog één… Het liep meteen uit de hand: binnen no time had ik zes of zeven planken in de garage liggen. Toen ik veertien was, ging ik zeilen voor die surfplanken maken. Nadat ik eerst de naaimachine van mijn moeder kapot had gemaakt, heb ik een industriemachine geregeld. Voordat ik het wist had ik een zeilmakerij. Een jaartje later maakte ik mijn eerste snowboard. Op mijn 27e ben ik mijn eerste vliegtuig gaan bouwen. Het heeft een aantal jaar geduurd voordat die af was, maar ik vlieg er nog steeds mee. Ik vond dat zo leuk dat ik een bedrijfje ben opgestart met het aanbod om ook voor andere mensen vliegtuigen te maken. Uiteindelijk heb ik er nog één gebouwd en wat reparaties uitgevoerd. Toen werd het 2008, kregen we een crisis en droogde het klantenbestand op.”

Een surfplank lijkt me nog te behappen, maar een vliegtuig… Was dat niet enorm moeilijk?
“Een auto is veel lastiger. Daarmee vergeleken is een vliegtuig maar een simpel ding. Ik dacht dat ik anderhalf jaar over de Minotto zou doen. Maar dat heb ik zwaar onderschat.”

Waar komt jouw passie voor auto’s vandaan?
“Uit mezelf. In elk geval niet vanuit mijn familie: mijn vader reed een Ford Scorpio. Vroeger had ik een poster van een Ferrari boven mijn bed hangen, tegenwoordig heb ik er een in de garage staan, een Dino uit 1974. Het is werken om dat ding te rijden, je moet er echt je best voor doen om daar een beetje hard mee te gaan. Als dat lukt en het terugschakelen loopt perfect, dan is dat zo heerlijk. Mijn vriendjes hebben allemaal moderne auto’s – een Ferrari, een Porsche, een Lamborghini… Ik vind het heel knap hoe ze die zo makkelijk hebben laten rijden. Maar omdat ze zo makkelijk rijden, is voor mij de lol er een beetje vanaf. Veel mensen kicken op een merk. Ik niet: ik kijk puur naar de auto. De sportwagens van nu zijn geweldig als je heel hard over het circuit wilt rijden en wilt winnen. Maar ik wil niet winnen, ik wil lekker rijden, over binnenweggetjes, voor mijn lol. De Ferrari F8 Tributo (in 2019 op de Autosalon van Genève gepresenteerd; red.) is zo gemaakt dat je nóg makkelijker op de limiet kunt rijden. Daarmee gaan ze helemaal de verkeerde kant op. En dat geldt voor alle sportwagens die ik ken. Met uitzondering van bijvoorbeeld een Morgan: daar moet je ook voor werken. Dat is ook de filosofie achter de Minotto.”

Wat triggerde jou om een eigen auto te maken?
“Jaar na jaar ben ik met vrienden naar de start van de Mille Miglia in Brescia geweest. Het is een klassiekeautofestijn van heb ik jou daar, waar je echt serieus moet doortrappen. Elke keer weer liep ik linea recta naar de open racers, die Barchetta-modellen. Dat vond ik de mooiste. Zoiets wilde ik hebben. Maar dat is niet te betalen. Ik werd bevangen door het virus: als ik het niet kan kopen, dan maak ik het wel. Ik besloot een auto te gaan bouwen met de vormgeving van toen, tijdloos, en de rijeigenschappen van de sportwagens uit de jaren zeventig, waarbij het harder ging en meer sophisticated was dan in de jaren vijftig – toen moest je echt trekken aan een stuur –, maar die niet zo makkelijk stuurt als tegenwoordig. Dus niet zo Spartaans als in de jaren vijftig, maar ook weer niet zo soepel als nu. En met moderne techniek, zodat je niet continu de gereedschapskist moet inladen. Een auto waarvan je weet: ik stap nu in en ik stap vanavond aan de andere kant van Europa uit. Die combinatie bestond niet. Dan maken we die toch!”

invited magazine 8 minotto 2
invited magazine 8 minotto 3
invited magazine 8 minotto 1

Het klinkt makkelijk, maar het werd dus toch een wat moeizamer project. Vertel.
“Ik kan het goed bedenken, maar niet tekenen. Dus zocht ik een tekenaar. Die heeft de tekeningen gemaakt en in CAD gezet. Toen ben ik zelf begonnen met slijpen, lassen, weet ik veel. Dat lukte allemaal wel aardig, maar het was niet fantastisch. Ik had iemand nodig. Dat werd Rutger. Ik ken hem van Lelystad Airport, waar hij net als ik vliegtuigen bouwde. Hij heeft zelfs van alles gelast aan mijn kist. Ik wist wat hij kon. Rutger heeft gouden handjes, ik zilveren – en dan geef ik me nog aardig wat credits. Ik zei: anderhalf á twee jaar, dan is het klaar. Hij is hier nu bijna zeven jaar aan het werk…”

Wat waren de grootste obstakels onderweg?
“Alles. Wat niet hielp, is dat ik begonnen ben met een 320 pk zescilinder uit een BMW M3. Tegen iedereen die het maar wilde horen bleef ik opscheppen over het feit dat een Ferrari V12 ook wel zou passen. Op een geven moment móét je dan wel. We vonden zo’n V12 via eBay. Uit een Duitse schadeauto, een 612 Scaglietti. Hij was prima in orde en had maar 16.000 kilometer gereden. We hebben die BMW-motor eruit gerukt en vervangen door die V12. Dat heeft zeker twee jaar gekost.”

Waarom heb je de oorspronkelijke motor niet gewoon laten zitten?
“Omdat de Ferrari-motor gewoon gaaf is. Alleen, als je de pk-gewichtsverhouding bekijkt, heb ik nu minder kilo’s per pk mee te sjouwen dan een Bugatti Veyron. Zie dat maar eens op de weg te houden. Dat is niet te doen. Dus in de volgende auto gaat niet weer een Ferrari V12. Sowieso kun je zo’n motor niet voor productie gebruiken – je kan moeilijk vertrouwen op eBay-motoren voor je productie. Nog los van het feit dat Ferrari het ook niet leuk zou vinden.”
Welke motor ga je gebruiken voor de productie? “Een Alfa Romeo zescilinder, 330 pk. Daar krijg ik geen problemen mee. Dat zijn motoren die al een jaar of vijftien niet meer in productie zijn. We halen ze bij Autodelta, dat al dertig jaar niets anders doet dan Alfa Romeo-motoren prepareren voor allerlei doeleinden. Bovendien is Alfa Romeo lang niet zo haaienpikkerig op zijn merk als Ferrari. De Alfa Romeo-motor is perfect voor onze auto.”

Had je daar niet eerder achter kunnen komen?
“Weten en beleven zijn twee verschillende dingen. Toen ik voor het eerst met de Minotto reed, realiseerde ik me het. Met die Ferrari-motor ben je alleen maar aan het vechten, op zoek naar tractie.”

Omschrijf het moment eens dat je er voor het eerst in ging rijden.
“De maiden voyage begon in zijn achteruit, haha. De startmotor deed het op dat moment nog niet, dus we moesten hem aanslepen. En daarna moest ik terug. Maar toen ik eenmaal vooruitging… Holy shit! De veren waren te slap, vooral achter: de kont zakte naar beneden en de neus kwam omhoog. En we hadden het motormanagement nog niet helemaal in de vingers: hij draaide bijna 3000 toeren stationair! Toen ik de koppeling liet opkomen, spoot hij weg als een speedboot. Niet normaal! Toen hij eenmaal op kenteken stond en verzekerd was, zijn we pas echt een stuk gaan rijden, de polder in. Rutger erachteraan in zijn bus met alle gereedschap en sleepkabel, voor het geval dat. Ik was hem binnen twee minuten kwijt. Uiteindelijk heb ik de auto aan de kant van de weg geparkeerd en hem opgewacht. ‘Waar ben jij nou mee bezig?’, bulderde hij. ‘Doe normaal, man!’ Zó snel ging ik. Ik had het wel door, maar die auto wekt zo veel vertrouwen. Vanaf dag één. Hij doet het gewoon. En hij doet het goed. Hij is niet listig. Ja, je moet zoeken naar tractie. Maar als je spinnende achterwielen hebt, gaat hij gewoon rechtuit – het is niet dat de achterkant begint te kwispelen. Hij rijdt goed, remt goed, stuurt goed. Prima auto. Ik heb er uiteindelijk 9.000 kilometer mee gereden in drie maanden tijd.”

invited magazine 8 minotto 4
invited magazine 8 minotto 6
invited magazine 8 minotto 5

“Op een terras klom een man van een jaar zeventig op een tafeltje om mijn auto te kunnen zien. Op dat niveau zitten de reacties”

Wat voor reacties kreeg je?
“Alleen maar opgestoken duimen. Positief tot en met. Ik stond in Laren bij een terras voor een stoplicht te wachten. Er kwam een andere auto naast me staan die het zicht van het terras ontnam. Een man van een jaar zeventig klom op een tafeltje om mijn auto te kunnen zien. Op dat niveau zitten de reacties. Er zit trouwens een enorm verschil tussen de reacties van mensen die hem gereden hebben en die hem nog niet gereden hebben. Heb je hem nog niet gereden, dan denk je: wauw, dat is mooi! Heb je erin gereden, dan wil je niet meer uitstappen. Ik zie het elke keer weer. Het klinkt pocherig, maar dat zijn écht de reacties. Ik heb letterlijk meegemaakt dat iemand nog anderhalf uur in de stoel bleef zitten, excuses zoekend om maar niet uit te hoeven stappen. En die man heeft zelf ook geen kinderachtige auto’s. De Minotto wordt wel vergeleken met een Ferrari F40. Ook door Werner Budding

De auto heeft ronde vormen. Heb je nooit overwogen om hem hoekiger te maken, wat meer past bij het Spartaanse?
“Nee, dit past bij het concept van de jaren vijftig. Ze bouwden allemaal hun auto’s op die manier; dat was de vormtaal. Er wordt mij vaak gevraagd welke auto ik heb nagebouwd. Nou, allemaal. De neus lijkt op die van een Ferrari 250 Lusso, en ook de Ferrari Monza, Ferrari Testarossa, Ferrari Mondial, Maserati 300S en Maserati 450S zie je erin terug. Eigenlijk bouwde destijds iedereen zijn auto in essentie op dezelfde manier.”

Heb je niet overwogen er een hybride van te maken?
“Wel overwogen, maar het past niet bij de auto. Het voegt een bak gewicht toe, terwijl juist het lichte gewicht de auto zo speels en fantastisch rijdend maakt. Als je daar 200 kilo aan hybride techniek aan toevoegt, doe je het concept van de auto teniet, en de zuinigheid. De tweede reden: aan het begin van de twintigste eeuw heeft de automobiel het paard van de schillenboer verdrongen als werkpaard. En het paard is gepromoveerd van vervoermiddel naar recreatief. Ik zie parallellen met wat we nu aan het doen zijn. Waarom niet hybride en elektrische voertuigen gebruiken voor woon-werk en de benzinemotor promoveren naar recreatief? In het type auto’s dat ook wij bouwen, rijd je immers hooguit een paar duizend kilometer per jaar. Recreatief autorijden, en daar hoort laaggewicht bij.”

Vandaar ook dat je hem van carbon hebt gemaakt?
“Ja. De hele koets weegt slechts 26 kilo. In totaal weegt hij 985 kilo.”

Wat voor max haal je daarmee?
“Dat heb ik nog niet uitgeprobeerd, wel uitgerekend: 310 km/h. In die 9.000 kilometer heb ik rustiger gereden dan in mijn dagelijkse auto. Je zit ook achter een heel laag voorruitje. Wel heb ik een paar keer een sprintje naar 200 gemaakt, daar doe je maar 2,5 seconden over.”

“Op de Mille Miglia liep ik elke keer weer linea recta naar de open racers, die Barchetta-modellen. Dat vond ik de mooiste. Zoiets wilde ik hebben. Maar dat is niet te betalen. Ik werd bevangen door het virus: als ik het niet kan kopen, dan maak ik het wel”

Wat had je voor het interieur bedacht?
“Uitgangspunt was: a) jaren vijftig, b) raceauto. Dus heel Spartaans. Aluminium kuipstoeltjes met enkel de kussentjes die je nodig hebt om comfortabel te zitten. Die zijn gemaakt van traagschuim, dat zit heerlijk! Voor de rest een stuur, wat tellers, een pook en pedalen op een slede, zodat je die kan verstellen.”

Hoe kwam je op de naam Minotto?
“Het is een Italiaans klinkende verbastering van ‘mijn auto’.”

Hoeveel exemplaren wil je bouwen?
“Ik heb geen idee waarop we gaan uitkomen. Zelf denk ik aan vijf à tien auto’s per jaar, niet veel meer. Weet je, dit is een niche. Een Minotto koop je niet als je eerste sportwagen. Voor veel mensen is hun eerste Ferrari of Lamborghini iets magisch. Zo’n merk is Minotto niet. Dat moet je al voorbij zijn. Ik begin trouwens pas met bouwen als Louwman Exclusive er een heeft verkocht.”

Hoe lang denk je over de bouw van de volgende te doen?
“Anderhalf jaar, inclusief drie à vier maanden keuringstraject. De eerste hebben we nog op kenteken kunnen zetten in Engeland. Daar zijn ze iets pragmatischer in het toepassen van de regels. De keurmeester heeft een heel boek, waarin staat uitgelegd hoe hij de regels moet interpreteren. De gordelbevestigingspunten moeten sterk genoeg zijn, bijvoorbeeld. In dat boek volgen dan twaalf pagina’s met ‘dat betekent dat…’. Als ze daaraan voldoen – vink – is het goed. In Nederland bestaat dat boek niet. De keurmeester hier wil een TNO-rapport waaruit blijkt dat de gordelbevestigingspunten sterk genoeg zijn. Dat maakt het zoveel complexer. En de Engelsen hebben één regel minder dan de rest van Europa: voor die paar individuele auto’s die door de keuring moeten is het te moeilijk om de Euro 6 emissie aan te tonen. Als je de APK-norm haalt, is het voor hen goed genoeg.”

Maar we hebben te maken met een Brexit…
“Dus dat voordeel valt weg. Bij de volgende auto moeten we aantonen dat hij aan de emissiestandaard voldoet, en dat gaat ons zo een halve ton kosten.”

Is dit business of een uit de handen gelopen hobby?
“Vanaf dag één hebben we business in gedachten gehad. Dit is te groot en te veel om als hobby te doen. Zeker als je iemand zes jaar lang in dienst hebt.”

Hoe voelt het om aan de wieg van een Nederlands automerk te staan?
“Geweldig. Een enorme ego boost en tegelijkertijd slapeloze nachten. Een rollercoaster. Echt bizar wat je allemaal meemaakt.”

Wat maak je mee dan?
“We zijn met grootse dingen bezig. Geen idee of dat allemaal gaat vallen, vandaar dat ik er nu niets over kan zeggen.”

Surfplanken, vliegtuigen, auto’s… Wat wil je verder nog bouwen?
“Nog een vliegtuig én een volgende auto. Ik heb er twee in mijn hoofd waarop ik die wil baseren: de Maserati Frua, een mooie jaren vijftig coupé, sportieve auto, prachtig ding. En ik heb ooit een artist’s impression gezien van een hedendaagse versie van de Ferrari 246 Dino. Die kan ik maar niet loslaten. De Maserati coupé zit meer in lijn met wat we nu hebben, zowel conceptueel als technisch gezien. De 246 Dino is wat gangbaarder en daarmee misschien toegankelijker. Ik weet nog niet welke het wordt.”

En die komt dan te zijner tijd ook in de showroom van Louwman Exclusive te staan?
“Als alles goed gaat wel. Maar dat kan nog wel even duren, hoor. Laten we eerst de Minotto maar eens aan de man brengen.”

Auteur: Bart-Jan Brouwer / Fotografie: Ansho Bijlmakers