Een bezoek aan Morgan

Bron van rijplezier

Iedere autoliefhebber zou eigenlijk één keer in zijn leven op bedevaart moeten naar Malvern, een uurtje onder Birmingham. Bij Morgan werden we volledig ondergedompeld in rijplezier. Nota bene door een Nederlander. Een Nederlander met een droombaan.

De heerlijke roffel van de viercilinder weerkaatst tussen de vele stenen muurtjes langs de bochtige landweggetjes door de Malvern Hills. De lange neus laat zich op de vierkante centimeter plaatsen, dan weer het gas er vol op, waarbij het injectiesysteem als een adrenalinepomp werkt. Met de snelheid groeien ook de impulsen die ik via ogen, oren, handen en rug te verwerken krijg. Dit is zó puur en vooral zó verslavend dat het wel illegaal moet zijn. Verbazingwekkend genoeg is dat niet zo, want we schakelen voortdurend tussen het tweede en derde verzet. Bizar dat deze Morgan Plus 4 al bij zo weinig snelheid zoveel losmaakt… Fotograaf Sander Nagel merkt op dat ik al een half uur met een brede grijns achter het stuur zit. Of ik het een beetje naar m’n zin heb. To put it mildly, ja! Natuurlijk, het heerlijke lentezonnetje draagt bij aan de feestvreugde. De wind is fris, maar toch verwijderen we bij de eerste fotostop al meteen de afneembare zijruitjes, om maar niks te hoeven missen van het pure roadstergevoel. Met mijn hand uit het raam kan ik met gemak bij het asfalt, zo laag zweven de billen boven het asfalt. Pure kartsensaties.

morgan1
morgan2
morgan3

Op bedevaart

Bij zoveel aandacht voor autonoom rijden, ketenmobiliteit en deelauto’s zou je als liefhebber bijna gaan geloven dat een auto als vervoermiddel is bedoeld. Tot je bij Morgan komt. Want daar bouwen ze al 108 jaar auto’s die tegen alle trends ingaan, maar die des te beter in staat zijn om ons autohart sneller te laten slaan.

Voor wie weleens een autofabriek van binnen heeft gezien, is die van Morgan Motor Company van een ontwapenende charme, schaal en toegankelijkheid. Een plek vergeven van heritage bovendien. Een korte geschiedenis. Henry Frederick Stanley
Morgan begon in 1909 met het bouwen van de bekende three-wheeler. De betaalbare kruising tussen auto en motorfiets was een instant succes. Pas 27 jaar later, in 1936 volgde de eerste vierwieler van Morgan, de 4/4. Die auto vormt nog steeds de basis van de Classic line-up en is daarmee tevens het langstlopende automodel ooit. Net zo uniek is dat het bedrijf, in tegenstelling tot zoveel andere Britse automerken, nooit failliet is gegaan of overgenomen. Nog steeds zwaait de kleinzoon van Henry Morgan er de scepter. Veel mag dan conservatief en truely British zijn bij Morgan, de commerciële leiding is sinds een jaar in handen van nota bene een Nederlander. Dennis de Roos zal ons vandaag volledig onderdompelen in het merk en duidelijk maken wat zijn plannen zijn om Morgan klaar te stomen voor de volgende honderd jaar.

Car guy

Met een brede lach en uitgestoken hand worden we in de kantine van het kleine fabrieksmuseum ontvangen. Geen pak of formaliteiten. Gewoon je en jij en Dennis. En dus is er ook gewoon koffie. Zwart. Uit een forse mok. Het is snel vertrouwd en Nederlands gezellig. Natuurlijk zijn we allereerst benieuwd hoe het zover is gekomen. “Ik ben altijd al een car guy geweest. Op m’n veertiende kocht ik zonder dat mijn ouders het wisten een BMW. Toen ze daar achterkwamen, moest ik die natuurlijk gelijk weer terugbrengen”, lacht De Roos. Een subtiele Engelse tongval verraadt bij vlagen dat hij al een jaar of twintig geleden zijn vaderland verliet. Aanvankelijk werkte hij tien jaar voor General Motors voor diverse merken. Na een uitstapje buiten de auto’s, begon het uiteindelijk toch weer te kriebelen en kwam de vacature van Morgan voor commercieel directeur voorbij. Naar eigen zeggen zijn droombaan. “Wat meteen opvalt als je hier binnenstapt is de passie. Voor iedereen hier is het bijna een eer om voor Morgan te mogen werken. We voelen ons gatekeepers van het erfgoed en zien het als onze misse om het merk naar de toekomst te loodsen. En wat ik erg prettig vind is de openheid. We staan in direct contact met onze dealers en klanten.”

Maar toch, een Nederlander… “Ja, dat geeft aan dat de familie openstaat voor verandering en nieuwe inzichten. Wat ik meebreng is de ervaring van het werken in grote organisaties. Dat betekent dat ik de winstgevendheid van het bedrijf kan vergroten, met behoud van al het goede van Morgan. Meteen vanaf het begin heb ik daar heel veel steun voor gekregen van de familie.”

“Het is bijna een huwelijk, zo sterk is de band die klanten met het merk hebben.”

Cateringbudget

Als we over het fabrieksterrein wandelen valt de omvang op: veel groter dan gedacht. Wat natuurlijk komt door het vele handwerk (zie kader). “We zaten vorig jaar op ongeveer achthonderd auto’s. Dat is een prima aantal voor ons. Groei is geen doel op zich. Belangrijker vinden we dat we kwaliteit kunnen blijven bieden en een gezonde bedrijfsvoering. En een beetje meer vraag dan aanbod is goed voor de waardevastheid.”

De tour start in de ruimte waar Henry Morgan vroeger kantoor hield – die werkplek is trouwens tot in detail nagebouwd in het kleine fabrieksmuseum. Nu staat er een selectie van roemruchte modellen die de geschiedenis van het merk markeren. Zoals de uiterst zeldzame, want commercieel weinig succesvolle Morgan Plus 4 Plus – een rank coupeetje dat je niet direct als Morgan zou herkennen. Maar ook de Le Mans-racer die zijn klasse wist te winnen met naar eigen zeggen het budget waar een team als Audi de catering van betaalt. Typisch Morgan. Punching above your weight, altijd beter presteren dan je van zo’n klein, bescheiden merk verwacht. Dan even een bowlingbaanmomentje als we onze sneakers voor stugge werkschoenen verruilen. Voorschrift als we van de gebruikelijke fabriekstour willen afwijken die naar schatting zo’n 30.000 bezoekers jaarlijks boeken. Dennis: “Die bezoeken zijn erg belangrijk voor ons, want daar zitten ook heel veel jongeren tussen, scholieren. Ik hoop dat zij net zo door ons geïnspireerd raken als ik vroeger door mooie auto’s. Bij mij was dat een Ferrari 512 Boxer. Verjongen is belangrijk. Tuurlijk.”

TAF

Dat geldt ook voor de medewerkers van Morgan, waar velen tot zelfs na hun pensioen bij hun werk betrokken blijven. Zoals Taf, die we later in de trimshop ontmoeten: 55 jaar heeft hij aan Morgan gegeven en nog steeds komt hij regelmatig een praatje maken. “Het is als een familie hier.” Als we door de woodshop en plaatwerkerij lopen, zien we vaak eeuwenoud vakmanschap: handen schaven, plaatwerk wordt gerold, luchtinlaten worden geknipt. Veel vaardigheden die nodig zijn voor de productie van bijvoorbeeld het houten frame of het aluminium plaatwerk worden niet meer op school bijgebracht. Daarom is Morgan bezig om een eigen leerschool op te zetten waar jonge medewerkers dit kunnen leren en oude ambachten bewaard blijven voor de toekomst.

Hoe kijkt iemand met de kennis van moderne autoproductie naar Morgan? “Je eerste reactie is natuurlijk om alles efficiënter te maken, just in time werken, of volgens het Japanse kaizen-denken voortdurend te verbeteren. Maar als je hier overal in gaat snijden, dan blijft er niks van het merk over. Morgan is uniek, juist door de vakmensen die hier werken. Dat is ons DNA, dat willen we dus behouden.”

morgan4
morgan5
morgan6

Sterke emoties

Onderweg door de ateliers komen we tot twee keer toe een auto tegen met de bestemming Utrecht. Veel klanten komen zelf de productie van hun auto bewonderen. Het koopproces van een Morgan is Omdat het niet bijt met hun eigen merk, en vanwege
de positieve uitstraling. iets bijzonders, weet Dennis. “Het gebeurt zelden dat iemand vandaag op morgen besluit een Morgan te kopen. Die zijn daar vaak al jaren in hun hoofd mee bezig. Soms zijn dat ook emotionele motieven. Ik ken een verhaal van een klant die na het overlijden van zijn vrouw besluit een Morgan te kopen, omdat hij alles uit het leven wil halen. Soms hebben we hier mensen in de fabriek die hier zijn omdat hun vader of moeder altijd Morgan reed. Het is een merk met een enorme betekenis. Die loyaliteit was ook het eerst wat me opviel toen ik hier begon. Het is bijna een huwelijk, zo sterk is de band die klanten met het merk hebben.”

Net zo bijzonder is misschien wel dat Morgan onder alle lagen in de bevolking een sympathiek imago heeft. “Klopt. Het merk heeft geen negatieve bijklank. In die zin past een Morgan ook goed bij het typisch Nederlandse ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Onderweg zijn mensen benieuwd, vragen ‘wat is het’, ‘is het oud, nieuw?’. Het is geen geheim dat veel hoge bazen van grote fabrikanten privé een Morgan in de garage hebben staan.

Giftshop exit

Met het bereiken van de final inspection, waar nieuwe modellen onder meedogenloos tl-licht worden gecontroleerd voor ze op transport gaan, zit onze rondleiding er op. Als we teruglopen naar de receptie, door het charmante museum, met exit through the gift shop, willen we uiteraard nog zijn favoriet weten. “Dat is de kleine 4/4 met narrow body, zo’n fijne auto! Met de smalle banden is het nog echt een rijdersauto. Die is al sinds 1963 zo in productie hè! Ik houd van ronde vormen, die spatborden, er zit geen recht stuk metaal aan. Ik heb er pas nog een toertocht mee gereden en man, wat een lol heb ik die dag gehad!” Bij de parkeerplaats aangekomen staat de Aero 8, of we die niet ook nog even willen proberen? Dennis rent al naar binnen voor de sleutel. Het blijft bij auditief snoepen van de 4,8 liter BMW V8 – wat een genot. Helaas wacht onze vlucht niet. We schudden handen, wisselen kaartjes uit en danken Dennis hartelijk en oprecht voor deze bijzondere ervaring. Onderweg naar Birmingham in onze huurauto zijn er volop flashbacks naar onze Plus 4-proeverij. Omringd door kilometers forensenblik kun je niet anders dan concluderen dat merken als Morgan een zegen zijn. Die tegen de stroom in auto’s maken die louter bedoeld zijn als genotsmiddel. Op de een of andere manier is dat een aangenaam geruststellende gedachte.

Auteur: Han Thoma / Fotografie: Sander Nagel