De McLaren 570GT

Brute Blend

Met de 570GT bouwt McLaren voor het eerst een daily driver. Maar kan dat, een supercar kruisen met een gran turismo? Levert dat een aantrekkelijke blend op? Om daar achter te komen, reizen we af naar Reims, waar adembenemende stuurmanswegen, goddelijke champagnes en McLarens racing roots samenkomen.

Alsof we zojuist met de Battlestar Galactica zijn geland. Dat is de verpletterende indruk die de McLaren maakt tijdens onze koffiestop op het marktplein van Charlerois. Alsof de perplexe omstanders verwachten voor het eerst buitenaards leven te gaan zien. Dat zijn de blikken die je krijgt als je de vleugeldeur openzwaait en (zo elegant mogelijk) uit de cockpit klimt. Vervolgens mogen we op het terras in ons beste schoolfrans een spervuur aan vragen beantwoorden. Uiteraard vooral over de topsnelheid (‘trois cents vingt-huit kilometres’) en prijs (‘deux cents cinquante mille’) van onze bolide.

Dit is ook voor McLaren een bijzondere, belangrijke auto. De edelsmeden uit het Engelse Woking hebben in zeer korte tijd een indrukwekkend trackrecord opgebouwd als het gaat om supersportwagens. Door trouw te blijven aan de obsessie met gewicht
en downforce van grondlegger Bruce McLaren, heeft het merk in no-time een plek veroverd in de supercar league. Want, je zou het bijna vergeten, McLaren bouwt pas sinds de komst van de MP4-12C in 2011 auto’s in serie. Het basisrecept bleef sindsdien ongewijzigd: een koolstofvezel monocoque – want stijf en licht – gecombineerd met een midscheeps geplaatste 3,8-liter V8-twinturbomotor, voor een perfecte gewichtsverdeling. Maximale grip, maximale prestaties, de ultieme track tool. Maar McLaren merkte ook dat klanten hun auto vaker als daily driver wilden inzetten. Voor woon-werk, er even tussenuit, een lang weekend weg. En zo’n auto, een gran turismo, hadden ze nog niet in het gamma. En dat plaatste McLaren misschien wel voor de grootste uitdaging tot nu toe in zijn bestaan. Want: hoe bouw je een auto die geschikt is voor alledag maar toch honderd procent trouw blijft aan die puristische merkfilosofie?

mclaren570gt1
mclaren570gt3
mclaren570gt2

Touring Deck

Het antwoord staat voor onze neus, schijnbaar achteloos geparkeerd op het marktplein van deze rauwe industriestad. Niet bepaald zijn natuurlijke habitat. Het decor met de veelal afgebladderde gevels en gehavende straten staat in schril contrast met de ultrastrak gelijnde 570GT. Dat kennen we grotendeels van de 570S, alleen aan de achterzijde wijkt het ontwerp af: de lange motorkap heeft plaatsgemaakt voor een zogeheten touring deck. De glazen deur, die naar links of naar rechts opent, geeft vanaf de stoep toegang tot een extra bagageruimte van 220 liter. Precies genoeg voor bijvoorbeeld een weekendtas.

Typisch McLaren: om deze toevoeging niet ten koste te laten gaan van de neerwaartse druk achter, is er een subtiele spoilerrand toegevoegd. De koffie is op, Reims wacht, on y va. We hebben in Utrecht voor vertrek een beknopte maar belangrijke instructie gekregen voor de bediening van dit precisie-instrument. Als McLaren rookie moet je bijvoorbeeld eerst al weten dat de ontgrendelknop van de vleugels verborgen zit in de luchtinlaat. Ook vergt het wat oefening om je soepeltjes in de cabine te nestelen. De truc is, althans bij mijn lengte van 1,90m, om je aan de rand van het dak vast te houden, je rechterbeen zo diep mogelijk in de voetenruimte te planten en je vervolgens via de linker zijwang van de stoel naar binnen te laten glijden. Daarbij is het geoorloofd om je de laatste vijf centimeter in de zetel te laten ploffen. Klinkt ingewikkelder dan het is en daarna zit je als gegoten. Aan de vleugeldeuren moet je ook even wennen, vooral in parkeergarages waar de hoogte beperkt is. Het interieur is, ondanks de toepassing van extra leer, nog steeds vooral doelmatig, wat niet wil zeggen sober of oncomfortabel. Achter het kleine afgeplatte stuur zit een buitengewoon efficiënt instrumentarium, dat afhankelijk van de voertuigsetting andere data en graphics toont. Geen overbodige poespas, precies wat je nodig hebt. Je vingers zullen niet gauw naast de kloeke carbon schakelpaddles naast het stuur grijpen.

De bediening is heerlijk precies. Met een druk op de startknop ontwaakt de V8 achter je rug. Hij klinkt, zeker koud, aangenaam zwaar, grommend, met dat licht onregelmatige en nerveuze van een racemotor. Met wat temperatuur en eenmaal onderweg wordt de toon snel geciviliseerder, minder indringend dan bij de 570S. Tot pak ’m beet drieduizend toeren houdt hij zich keurig op de achtergrond, zodat we ook nog van die fantastische Bowers & Wilkins-installatie kunnen genieten. We sturen de stad uit en wat meteen weer opvalt is hoe kort de gewenning duurt. Alleen tijdens de eerste kilometers verbaas je je nog over de hoogte van een Golf. Maar zodra je aan het lage perspectief gewend bent, voelt de GT heerlijk compact en wendbaar aan. En opmerkelijk comfortabel, zelfs voor een gran turismo. En dat op Waalse wegen. De engineers hebben de vering vóór vijftien procent soepeler gemaakt, achter tien procent. Klinkt niet veel, maar voor dagelijks gebruik is het net even prettiger. Natuurlijk moet je drempels nog steeds behoedzaam benaderen, maar het optionele nose- lift gebruik je alleen bij de meest lompe verkeerskwellers, dus vanaf een hellingsgraad of dertig.

“Hárd over start-finish, de V8-huil die de raceruïnes op hun grondvesten doet trillen, kippenvel…”

Heilige grond

De route is met zorg gekozen. Reims is natuurlijk een mooie bestemming voor een lang weekend weg en de route door de Champagnestreek biedt genoeg rijvertier om de auto als gran turismo te leren kennen. Maar er is nog een reden om voor Reims te kiezen, en daarvoor hebben we het navigatiesysteem op Gueux ingesteld. Bij dit dorpje ten westen van Reims liggen de restanten van het roemruchte circuit dat in zijn tijd, tussen 1926 en 1972, onder coureurs dezelfde magische status had als bijvoorbeeld de Nürburgring of Le Mans. Voor McLaren is het bovendien heilige grond omdat grondlegger Bruce McLaren er zegevierde, maar er ook zijn zwaarste race beleefde (zie kader). Al vanaf de drukke N31, die ooit een van de drie lange rechte stukken vormde in het driehoekige parcours, zie je de restanten van de wedstrijdtoren, tribunes en pitboxen in de verte liggen. Als we de 570GT voor de oude pitmuur parkeren, worden we meteen door een vrijwilliger van het circuit aangeklampt en gecomplimenteerd met ons vervoer. De ‘vrienden van het circuit van Gueux’ redden het circuit in 1972 van de sloop. Voor een deel van de pitstraat was het al te laat, maar de rest wordt beetje bij beetje in ere hersteld. Als wij er zijn, is het precies negentig jaar geleden dat het circuit in gebruik werd genomen. Het zou lange tijd de thuisbasis van de Franse Grand Prix zijn. Talrijke endurance races werden er verreden. Coureurs vierden er heldhaftige triomfen, anderen lieten er het leven.

Voor Bruce McLaren werd 1 juli 1962 een memorabele dag, toen hij de Grand Prix Formule 1 van Frankrijk op zijn naam schreef. De Spartaanse Cooper T60 werd 50 ronden lang, ruim vierhonderd kilometer in totaal, op de limiet over het uitdagende parcours gejaagd. We rijden een deel van het oude stratencircuit, dat oorspronkelijk direct na start-finish het dorpje Gueux indook. Wij gebruiken de route buiten de dorpsgrenzen om de GT voor het eerst op zijn McLarenness te testen. Daartoe zetten we auto eerst in gevechtsstand. Om toegang te krijgen tot de sportiefste settings druk je eerst tussen de voorstoelen op de knop Activate, als een straaljagerpiloot die zijn raketten in paraatheid brengt. Vervolgens kun je voor zowel de aandrijflijn als het chassis drie standen kiezen: Normal, Sport en Track. Doordat beide onderdelen separaat zijn in te stellen, kun je bijvoorbeeld op de vaak matige departementale wegen toch van een extreem gretige motor en transmissie profiteren.

mclaren570gt4
mclaren570gt5
mclaren570gt6

Ontmaskerd

In trackmodus is het alsof de 570GT triomfantelijk zijn vermomming afwerpt en zijn ware bedoelingen toont. Tuurlijk, op de snelweg proefden we tijdens tussenacceleraties al kort aan het potentieel van de flat-plane V8. Maar hier, op de prachtige lange doordraaiers van de oude baan, worden we omvergeblazen door de brute kracht. Helemaal als de dubbele turbo’s op stoom zijn, vanaf circa drieduizend toeren, is de voortstuwing fenomenaal. Vol accelereren vergt het maximale van alle zintuigen. De afstand die je in split seconds aflegt, is groter dan je hersenen kunnen verwerken. De motor klimt sneller naar de begrenzer bij 8,5 duizend toeren dan je kunt schakelen, ook al gaat dat dankzij de transmissie met dubbele koppeling verbluffend rap. Hoe harder het gaat, hoe meer de GT het naar zijn zin lijkt te krijgen en tot leven komt. De neus laat zich met groot gemak en veel precisie insturen, waarna de buitenste wielen zich kort zetten in de bocht, en je het gas er weer vol op kunt zetten. Hárd over start-finish, de V8-huil die de raceruïnes op hun grondvesten doet trillen, kippenvel! Dan hard in de remmen voor de rotonde bij Gueux. De blokken bijten gretig in de keramische schijven op onze testauto (standaard zijn ze van staal op de GT) en zorgen voor een vertraging die bijna net zo indrukwekkend is als de acceleratie. Bijkomen en nagenieten in stijl bij Bistrot du Circuit, waar de vele ingelijste foto’s aan de glory days of motor racing herinneren. Fangio, Moss, Brabham, Surtees. Hoog tijd dat Bruce hier ook een ereplekje aan de muur krijgt.

Champagne!

We laten het circuit achter ons, en zetten koers richting Épernay. Tijd voor champagne! De geschiedenis van eigenlijk bijna alle champagnes, begint in Hautvillers. De monnik Dom Pérignon wordt wel gezien als de belangrijkste vernieuwer
in het champagneprocedé. Hij ligt begraven in de abdijkerk van St Sindulphe, dus een toepasselijk startpunt van onze route.

Er zijn nogal wat routes door de Champagnestreek uitgezet, maar volgens kenners ligt het mooiste deel ten oosten van de lijn Reims-Épernay. We rijden de bewegwijzerde route tegen de klok in van Hautvillers via Ay, Louvois, Trépail, Verzy en weer terug richting Reims. We zijn net de druivenpluk voor. Een goede timing, want in deze periode is het filerijden achter de tractoren en de modder op de wegen maakt het rijden er ook niet aantrekkelijker op. In standaardmodus is de GT op dit soort wegen helemaal in zijn element. Op de rechte stukken laten we het schakelen over aan de elektronica, maar zodra zich weer leuke bochtencombinaties aandoen, flipperen we er lustig op los. Het glazen dak biedt een fraai panoramisch uitzicht over de omgeving. Heuvels met groene zeeën van wijnranken zo ver je kunt kijken. Er zijn ruim 75 champagnehuizen en nog veel meer bezitters van wijngaarden. Doordat champagne een mengwijn is, betrekken de huizen hun druiven bij verschillende wijnbouwers, die zelf in tegenstelling tot de wijnhuizen buiten de streek geen bekendheid genieten. Langs de wijngaarden staan naambordjes van de huizen waarvoor wordt verbouwd. Het is fascinerend om te zien hoe deze streek zich volledig op deze drank heeft toegelegd. We zouden hier eindeloos proeverijen kunnen bezoeken – in ieder dorp staan uitnodigende bordjes. Maar dan moeten we toch wat langer blijven, met liefst een of twee overnachtingen. Die tijd hebben wij helaas niet. We houden het dus bij ons eigen ‘medicijn’. Want de manier waarop onze McLaren het gouden sap in de tank weet om te zetten in onverdund rijplezier, vinden wij minstens zo indrukwekkend en smakelijk als de duurste champagne.

“Het glazen dak biedt een fraai panoramisch uitzicht over de omgeving. Heuvels met groene zeeën van wijnranken zo ver je kunt kijken.”

Op de Autoroute richting Nederland kunnen we de verleiding niet weerstaan om kort te proeven aan de hogere snelheidsregionen. Angstaanjagend makkelijk zitten we snel ver boven de tweehonderd. Zelfs dan – of juist dan – ligt de GT als een huis, heeft de besturing precies genoeg weerstand en nauwkeurigheid om bij dit soort snelheden een gevoel van veiligheid en rust te geven.
Gas los, het is goed zo, we hechten teveel aan dat roze kaartje in onze binnenzak. De McLaren heeft om meerdere reden diepe
indruk gemaakt tijdens deze trip. Als supercar, die op afroep ongekend venijnig en genadeloos hard kan toeslaan. Als comfortabele cruiser, om achteloos en gedachteloos kilometers mee weg te eten. Maar vooral als totaalconcept. De McLaren 570GT is de supercar onder de gran turismo’s. Iedere dag champagne drinken gaat vervelen. Maar er iedere dag even van proeven voor de smaak, dat is niet verkeerd. Een auto die instant satisfaction biedt, zodra zijn bestuurder daarom vraagt. En daarmee is de 570GT misschien wel de aantrekkelijkste McLaren van dit moment.

Auteur: Han Thoma / Fotografie: Rick Arnold