Nyck de Vries

Don’t try this at home

Nyck de Vries maakt in zijn strakke race-en trainingsschema als F2-coureur graag enkele uren vrij om de nieuwe McLaren 720S te proeven. Om enigszins in de buurt van de limiet van deze ultieme track tool te komen, krijgt Nyck de beschikking over passend asfalt: Circuit Zandvoort.

“Tjeeezesss, wat is dit gaaf!” roept Nyck uit als we met de McLaren 720S nog maar enkele ronden onderweg zijn. Hij zit – Formule-rijders eigen – relatief dicht op het stuur, de armen gebogen, maar het hoofd iets scheef geheven. Duidelijk nog het schattende invoelen van een en ander. “Dit doet alle alarmbellen rinkelen, zeg! Wat een geweld! Is dit een straatauto? Ik ben niet gauw onder de indruk, maar dit is heel erg indrukwekkend!” We proberen ondanks onze slachtofferrol als bijrijder naast een vermaard topcoureur toch in te schatten in hoeverre Nyck dit zegt om ons te plezieren, maar we zien duidelijk de oprechtheid van zijn emotie. Natuurlijk – het met een 720 pk sterke supercar over je nationale circuit knallen kan niet anders dan superlatief zijn! En dat is het dan ook. “Ik ben Formule-auto’s gewend, dus rijden op slicks en met optimale aerodynamica, niet te vergelijken. Maar dit komt qua dynamiek wel dicht in de buurt van een racewagen!”

Opnieuw kijken we – voor zover mogelijk nu we op toptoerental op de Hans Ernst Chicane afvliegen – in hoeverre Nyck alleen maar aardig probeert te zijn, maar een heel brede grijns verraadt dat hij werkelijk opgetogen is. “Remmen, remcapaciteit, remkracht is van allesbepalend belang op het circuit”, zegt hij, terwijl hij de daad bij het woord voegt, keihard op de rem treedt, en onze adem zo ongeveer wordt afgesneden nu we in de veiligheidsgordel hangen. “Keihard, voel je? Alsmaar weer?” En voort gaat het, paddleshiftend door de bak. “Wil je wel geloven dat ik het geluid ook supergaaf vind? Vergeet niet: als Formule- rijder heb je oordoppen in en een balaclava en een helm op je hoofd. Je hoort dus eigenlijk niks. Of weinig. En ik ben er dus ook nooit echt mee bezig. Maar dat is nu wel anders. Vreselijk gaaf zoals dit brult en knalt.”

nyckdevries2
nyckdevries1
nyckdevries3

GELUIDSINFERNO

Met iets van 170 à 180 in het uur razen we door de Kumhobocht de Luyendijkbocht in. Nyck laat de McLaren mooi naar buiten uitwaaieren en trapt de V8 met dubbele turbo’s vervolgens helemaal open. Met welzeker 250+ over het Rechte Eind, met een
geluidsinferno richting Tarzanbocht. Iets daarvoor dan het razendsnelle meervoudige terugschakelen, het bikkelharde remmen, weer ons hangen in de gordels, dan het hoog opsteken van de bocht en naar binnen, naar de apex, en weer dat uitwaaieren naar buiten. En het gas er weer diep op. De McLaren geeft geen krimp, zelfs niet qua zijstapjes.

Het is met recht on-ge-loof-lijk wat deze jongeman en deze auto samen doen. En dus ook met ons… Nyck-zelf zegt, vreemd-kalm: “Je voelt bij het ingaan van de bocht en toevoeren van vermogen de rotatie wel, en daarna ook het grensbereik, maar er is toch geen echt overstuur. Kan dus nog veel harder, cool!” We stellen Nyck nu bijna schreeuwenderwijs de vraag of hij ook met alle systemen uitgeschakeld rijdt. “Welnee, waarom zou ik? De McLaren voelt op optimale lijnen al even optimaal aan, ik voel ook niks ingrijpen, dus net als in mijn racewagen laat ik alles lekker aan. Toch? Overigens, voor je geruststelling: ik heb nog nooit zo hard met een straatauto op dit circuit gereden. En nee: ik heb niet op de limiet gereden. Maar: ertegenaan. Geloof me: dat is optimaal. Ik voel er bovendien niks voor om hier als een clown tekeer te gaan met allerlei dwarsstanden en rookpartijen. Bovendien: je moest toch ook nog naar huis met deze auto?”

“Wat een geweld! Is dit een straatauto? Ik ben niet gauw onder de indruk, maar dit is wel heel erg indrukwekkend!”

Outlap

We draaien ter afsluiting een outlap ter afkoeling van banden, remmen en olie en babbelen nog wat. Nyck vertelt dat hij drukker dan ooit is bij McLaren met het testen van allerlei systemen en technieken, ook voor de F1-bolides. En ook dat hij het jammer vindt dat zijn beschermheer en vriend Ron Dennis niet meer aan de fabriek werkzaam is. Dan rijden we de pitstraat in en worden we opgewacht door niet alleen de nodige bewonderaars, maar ook door de fotograaf die Nyck opeist om hem in allerlei poses in en rond de auto te vereeuwigen. De kleine jongeman laat het zich allemaal welgevallen. Even later sluiten we met de McLaren in de randstedelijke avondspits aan, worden uitgebreid bewonderd, en beseffen dat ook de auto het zich allemaal net zo goed laat welgevallen. De mensen moesten eens weten wat allemaal. Daarnet nog…

Auteur: David Bakels / Fotografie: Sander Nagel