Festival of Speed

Goodwood

McLaren toonde de nieuwe 600LT voor het eerst op het jaarlijkse Goodwood Festival of Speed, dat dit jaar een kwart eeuw bestaat. Dat leek ons een goede reden om deze editie te bezoeken. Maar als we heel eerlijk zijn: ieder excuus om naar het Festival of Speed te gaan is een goed excuus.

Zelf rijdt ze een Porsche, maar ze werkt bij McLaren. Het toonaangevende Britse blad Autocar bestempelde haar tot een van de winnaars toen het een verkiezing van ‘great British women in the car industry’ organiseerde. En nu zit ik hier met Jo Lewis aan een glas champagne. Eerder werkte ze bij modehuis Stella McCartney, tegenwoordig is ze Colour & Materials Designer bij McLaren. Maar waag het niet om haar te bestempelen als het meisje van de stofjes en de kleurtjes, want ze doet veel meer dan dat. “Neem de McLaren Senna. We waren bezig met het dashboard en de vraag was wat voor bekleding erop moest. Mijn vraag was óf er bekleding op moest. Op die manier proberen we de grenzen steeds opnieuw op te zoeken, en te verleggen. Als we later dit jaar de Speedtail laten zien, zie je daar ook weer nieuwe materialen. En op dit moment kijken we naar de verflaag van onze auto’s.

We geven enorme bedragen uit om onderdelen als stoelen of deuren lichter te maken. Een motorkap van carbon bespaart relatief weinig gewicht in vergelijking met staal of aluminium, maar toch doen we het. Terwijl er letterlijk kílo’s verf op een auto zitten. Wat als we het gewicht daarvan zouden kunnen halveren?” Blijft natuurlijk de vraag waarom ze zelf Porsche rijdt, terwijl ze bij McLaren werkt. “Ik rijd in een luchtgekoelde 911”, vertelt ze. “Een iconische auto, maar wel met een heel ander prijskaartje dan een McLaren, en toen ik de mijne kocht al helemaal. Maar maak je geen zorgen: op een dag rijd ik ook in een McLaren. Als het aan mij ligt de Senna!”

Goodwood - 11 2
Goodwood - 4 2
Goodwood - 1 2

Extra bruut

Die Senna heeft een veelbesproken uiterlijk. De man die daarvoor verantwoordelijk is, designer Robert Melville, is hier ook. “We hebben bij McLaren drie modellijnen: de Sports Series, de Super Series en de Ultimate Series. Binnen de Ultimate Series is dit een van onze modellen, naast de nog exclusievere Speedtail. Maar waar die Speedtail voornamelijk voor de openbare weg bedoeld is, richt de Senna zich juist vooral op het circuit. Hij mocht dus ook bruter zijn, we hoefden geen elegante auto te ontwerpen die je ook voor het theater of het concertgebouw kunt parkeren. Hij kan een downforce tot 800 kilogram bereiken en alles staat in het teken daarvan. Vorm volgt functie bij deze auto. Zelf zou ik een zwarte nemen, dan is ie extra bruut.” In iedere kleur is de Senna echter een auto die aandacht trekt. Niet alleen die van ons, maar ook die van Torsten Müller-Ötvös, de hoogste baas van Rolls-Royce. “Wat ik ervan vind? Heel interessant. De auto’s van McLaren zijn totaal onvergelijkbaar met die van ons, maar toch ook weer wel. Allebei proberen we compromisloos de beste in onze klasse te zijn. Als je de technische oplossingen ziet, de gebruikte materialen, dan wil je eigenlijk maar één ding: rijden!” Zelf heeft de Rolls-man ook nog wel wat te laten zien, want er is nog vrijwel niemand die de Cullinan heeft gezien. “We spelen hier een thuiswedstrijd, dus het zou wel gek zijn geweest om hem hier niet te laten zien.”

De grote drie

Dat van die thuiswedstrijd slaat op Goodwood, het landgoed waarop de fabriek van Rolls-Royce staat én waar het Festival of Speed sinds 1993 plaatsvindt. Het werd opgezet door de Earl of March and Kinrara, die tegenwoordig door het erven van nog meer titels bekendstaat als His Grace The Duke of Richmond, Lennox and Gorden. Maar makkelijker is het om hem Charles Gordon-Lennox te noemen. Zijn familie bezit het landgoed al sinds 1997. Jaarlijks komen er zo’n 800.000 bezoekers, want naast het Festival of Speed zijn er nog andere evenementen, zoals de Goodwood Revival en paardenrennen. Daarnaast wordt er al vanaf 1702 cricket gespeeld en wordt er ook al bijna 120 jaar gegolft. In de kwart eeuw dat het Festival of Speed bestaat, groeide het uit tot een van de grote drie evenementen waar je als petrolhead moet zijn geweest – in ieder geval in ons deel van de wereld. Die andere twee zijn de Mille Miglia en het Concorso d’Eleganza Villa d’Este.

De drie evenementen hebben gemeen dat iedereen die je zou willen ontmoeten, er rondloopt. Als je meedoet aan de Mille Miglia kun je het opnemen tegen racehelden van weleer als Jacky Ickx, Walter Röhrl en Gijs van Lennep – alleen heb je wel een geschikte auto nodig én moet je een startplaats zien te bemachtigen. Dat laatste is het moeilijkste, want er zijn maar 450 startplaatsen en vele malen meer inschrijvingen. De grootste kans op deelname maak je door een auto te kopen die tussen 1927 en 1957 heeft meegedaan aan de originele Mille Miglia, of door zelf sponsor te worden. Villa d’Este is al net zo’n gesloten bolwerk. Het concours d’élégance aan het Comomeer bestaat al sinds 1929, maar wel met onderbrekingen. Op de derde dag wordt een soort show opgevoerd voor het publiek: alle auto’s worden verplaatst naar Villa Erba, even verderop, en daar rijden ze voor de jury langs terwijl presentator Simon Kidston er (in het Italiaans) over spreekt. Als op het eind van de dag de poorten voor het publiek sluiten, komen de deelnemers weer vertrouwd onder elkaar samen bij Villa d’Este, waar het afsluitende gala plaatsvindt.

Racehelden

Vergeleken met die andere twee is het Goodwood Festival of Speed verbijsterend toegankelijk: er komen jaarlijks zo’n 200.000 bezoekers op af. Die zien de nieuwste auto’s en de meest waardevolle klassiekers, racehelden van wie ze vroeger posters hadden én de mannen die nu races winnen. Je ziet er niet alleen auto’s, maar ook motorfietsen. En als je omhoogkijkt, zie je nog een vliegshow ook. Ooit begon het evenement als een heuvelklim, maar er zijn ook talloze demonstraties om het publiek te vermaken. Importeurs en fabrikanten pakken bovendien flink uit om hun nieuwste modellen te laten zien, zeker sinds Engeland geen fatsoenlijke autobeurzen meer heeft. De talloze beroemdheden die er

rondlopen, trekken zich ook hier heus wel terug in hospitality-units, de drivers club of andere plekken waar niet iedereen komt. Maar als ze van de ene naar de andere plek gaan, doen ze dat gewoon tussen de rest van het publiek. Het Festival of Speed is de moeite waard voor iedereen, maar ook hier is niet iedereen gelijk; als je het goed doet, krijg je toegang tot die hospitality-units of geeft iemand je een passenger ride. Zelf staan we ineens oog in oog met vijfvoudig Le Mans-winnaar Derek Bell, die hier het verjaardagsfeestje van Porsche viert. “Zonder Porsche was ik niet geweest wie ik nu ben, omdat ik

zonder hen simpelweg niet had kunnen bereiken wat ik bereikt heb”, zegt Bell, die overigens ook voor McLaren en Ferrari heeft gereden. Zijn episode met McLaren was niet het meest succesvolle deel vanzijn carrière; op de verkeerde tijd op de verkeerde plek. “Dat was eind jaren zestig. Bruce McLaren leefde nog, en hij was geweldig. Het team was heel klein. Misschien is ‘team’ al een te groot woord: een ‘paar jongens met raceauto’s’ dekt de lading beter. Ik zou een race rijden op Silverstone met een auto waar ik nog niet eerder in gezeten had. De auto had vierwielaandrijving, nogal uitzonderlijk voor een Formule 1-auto, maar eigenlijk was hij pas half af. Bruce had hem eerder in die week hier op Goodwood getest en ze zeiden dat dat wel goed was gegaan. Maar toen ik er op Silverstone mee reed, remde hij niet goed, waardoor hij voortdurend uit balans raakte. Er was weinig tijd om er wat aan te doen, want alle aandacht ging naar de andere twee auto’s: die moesten punten halen. Na afloop van de race keek Bruce me aan en vroeg: ‘Wat denk je? Dit wordt niks, hè?’ Ik zei dat het klopte en dat was het einde van die auto; die heeft nooit meer een race gereden.”

Goodwood - 14 2
Goodwood - 5 2
Goodwood - 7 2

Vooruitkijken

Toch heeft Bell later nog wel een succes met McLaren gehad, in een heel andere race: de 24 uur van Le Mans, met de McLaren F1. “Die race heb ik vijf keer gewonnen. Maar de race van 1995, toen we derde werden, was de meest memorabele. Eigenlijk was ik er al mee opgehouden, maar mijn zoon Justin overtuigde me nog een keer mee te doen. Hij en Andy Wallace waren mijn teamgenoten dat jaar en hoewel we twee derde van de race op kop reden, vond ik het hoe dan ook fantastisch om met mijn zoon op het podium te staan, beter dan welke overwinning ook.” Juist dit jaar lijkt het wel of iedereen zijn McLaren F1 heeft meegenomen naar het Festival of Speed. Misschien omdat de auto splinternieuw was

toen het Festival of Speed dat ook was, misschien omdat de Speedtail, de spirituele opvolger van de F1, dit jaar gepresenteerd wordt. Wat de reden ook is, het is toch opvallend dat er meerdere exemplaren aanwezig zijn wanneer je bedenkt dat het een auto is waarvan slechts 106 exemplaren gebouwd zijn én die miljoenen waard is. McLaren heeft onlangs een exemplaar gerestaureerd, maar tijdens het Festival of Speed kijkt het merk liever vooruit. Het toont hier niet alleen de nieuwe 600LT, maar spreekt hier ook voor het eerst over Track25, het plan voor de komende jaren. Tot en met 2025 verschijnen maar liefst achttien nieuwe modellen, inclusief die Speedtail en een opvolger voor de P1. Niet terugkijken, maar juist vooruit: het is nog even wennen in de Britse auto-industrie, die een aantal jaar geleden leek te zijn uitgegroeid tot een handel in nostalgie. Maar bij McLaren zijn ze in goed gezelschap. Want ook Charles Gordon-Lennox blijkt liever vooruit te kijken: “Leuk hoor, dat het Festival of Speed 25 jaar bestaat. Maar we staan op een landgoed dat honderden jaren in onze familie is. Daarom kijk ik liever uit naar onze vijftigste verjaardag, en ik hoop er dan zelf nog bij te zijn!”

Auteur: Perry Snijders / Fotografie: Luuk van Kaathoven e.a.