Maserati Ghibli S Q4 Gransport

Op de Italiaanse toer in Nederland

Een Maserati is een bijzondere verschijning. Toch is in Nederland best wat Maserati-geschiedenis te vinden. We stapten in een Ghibli en maakten een toer door Nederland om het merk optimaal te beleven.

Het is nog vroeg als we met de Maserati Ghibli S Q4 GranSport vertrekken uit Utrecht. De naam verwijst naar een klassieker van het merk, onthuld op de autosalon van Turijn in 1966. De vierdeurs sedan is, ondanks zijn klassieke naam, echter allesbehalve ouderwets. De V6 onder de motorkap levert een gezonde 430 pk, waarmee je een topsnelheid van 286 kilometer per uur kunt behalen en in 4,7 seconden naar de 100 sprint. Toch is het geen straatracer. Hij straalt een beetje uit wat oud-Ajax-voorzitter Michael van Praag hóópte dat zijn spelers uitstraalden: “Een Ajacied trekt nooit zijn jasje uit.” Het automobiele equivalent van je jasje uittrekken is moddervette bandensporen trekken op de parkeerplaats van je bouwmarkt of fastfoodrestaurant; het kost moeite om de Maserati in zo’n setting voor je te zien. Eerder zie je jezelf er in een rap tempo mee richting de Zuid-Franse kust gaan, terwijl de bagage voor een lang weekend moeiteloos in de kofferbak past. Daarmee vergeleken hebben wij een eenvoudig ritje voor de boeg, want we hebben afgesproken bij het Louwman Museum in Den Haag. Daar treffen we eerst Michiel Mulder, bestuurslid van de Maserati Club Holland. We zijn benieuwd waar de fascinatie voor het merk vandaan komt. “Eigenlijk ben je bij mij dan aan het verkeerde adres”, vertelt hij. “Het is niet zo dat ik vanaf mijn geboorte direct over Maserati’s droomde. Integendeel. De liefde voor Maserati was in mijn geval eerst en vooral de liefde voor de Biturbo, die in de jaren tachtig gelanceerd werd.” Die heeft wel wat overeenkomsten met de Ghibli die we hebben meegenomen, want ook de Biturbo was voorzien van een V6. Bovendien evolueerde de Biturbo tot de tweede generatie van de Ghibli. Dat model werd in 1992 geïntroduceerd. Toch gaat de liefde van Michiel Mulder inmiddels verder dan de Biturbo en de modellen die eruit voortkwamen. “De 3200 GT, met die boemeranglichten, vind ik ook geweldig. En tegen de tijd dat ik ’m kan betalen, lijkt de huidige Ghibli me ook een fantastische auto. Wat ik mooi vind aan het merk zijn overigens niet alleen de modellen, maar ook de mensen die ervoor kiezen zo’n auto te rijden; mensen die iets afwijkends durven te kiezen. Maserati-rijders zijn individualisten.”

 

Maserati magazine #7.jpg louwman museum
Maserati magazine #7
Maserati magazine #7.jpg louwman museum.jpg 2

Carrozzeria

In het Louwman Museum staan meerdere iconische Maserati’s. Hoewel Maserati al in 1914 werd opgericht, duurde het tot 1960 voor er een Nederlandse importeur kwam. Op een paar kilometer afstand van het huidige Louwman Museum begon Maasland in Voorburg destijds met het importeren van Maserati’s. Dat bedrijf zou twee decennia importeur van het merk blijven. De Maserati’s in het museum stammen echter vrijwel zonder uitzondering uit de tijd dat ze nog niet werden geïmporteerd. De 8C 3000 bijvoorbeeld, waarmee Sir Henry ‘Tim’ Birkin in 1933 derde werd in de Grand Prix van Tripoli. Opvallend, want Birkin is bekend als een van de legendarische Bentley Boys, een groep coureurs die vanaf eind jaren twintig succesvol was met raceauto’s van het Britse merk. Naast de 8C 3000 staan twee andere race-Maserati’s uit de jaren dertig: een curieuze viercilinder en een 8CM Monoposto die door Tazio Nuvolari, Piero Taruffi én Raymond Sommer – drie van de beste coureurs ooit – is gereden. Wij lopen echter door naar het wat nieuwere werk, hoewel ‘nieuwer’ hier een relatief begrip is. We stoppen namelijk al snel om een A6G Spider te bekijken, in eerste instantie omdat die auto, net als onze Ghibli, de tekst GranSport draagt. Bij nadere beschouwing blijkt er veel meer te zien, want de lichtblauwe Spider is ontworpen en gebouwd door Frua, een beroemde Italiaanse carrozzeria. Dat maakt hem exclusief, want hoogstwaarschijnlijk zijn er maar negen van gebouwd. Misschien wel de mooiste Maserati uit het museum is de 300S uit 1957. Ontworpen als raceauto, maar hij ziet er ook prachtig uit. En dan laat je nog buiten beschouwing dat een legende als Stirling Moss ermee geracet heeft. Het klinkt bijna alsof Maserati in het verleden uitsluitend raceauto’s bouwde, maar niets is minder waar. Dat is ook in het museum te zien, waar een conceptcar uit de jaren zeventig staat. In 1974 stond deze Maserati Medici op de autotentoonstelling van Turijn, een vierzitter die ontworpen was door Giorgetto Giugiaro, die in 1999 tot ‘designer van de eeuw’ werd verkozen. Het jaar erop werd de auto door Giugiaro flink onder handen genomen en omgebouwd tot zeszitter. Soms wordt er gesproken van Model I en Model II, maar eigenlijk gaat het om dezelfde auto. Na de autosalon van Parijs in 1976 wordt hij verkocht, vermoedelijk aan de sjah van Perzië. Toch is de auto ooit weer teruggekomen bij ItalDesign. Het Louwman Museum kocht de auto namelijk rechtstreeks van de ontwerpstudio van Giugiaro.

Mino Villani: “Heb je een Ghibli bij je? Zelf heb ik een Quattroporte gehad, maar die heb ik onlangs verkocht. Ik dacht dat ik weleens aan iets anders toe was, hij was al tien jaar oud. Maar toen ik naar andere merken ging kijken, werd ik er niet echt door geraakt. Maserati blijft toch mijn merk!”

Siamese prins

Vanuit Scheveningen rijden we naar een andere plaats waar Nederlandse Maserati-geschiedenis ligt: het circuit van Zandvoort. De
(voorlopig) laatste Formule 1-race op het circuit vond plaats in 1985 en werd gewonnen door Niki Lauda in een McLaren. Niet alleen bijzonder voor het circuit, maar achteraf ook voor Lauda; het was zijn laatste overwinning in de Formule 1. Bijna vier decennia eerder vond de eerste race in Zandvoort plaats. Al in de oorlog werd begonnen met het aanleggen van het circuit, want de burgemeester had de Duitsers wijsgemaakt dat het dorp wel op zou knappen van een Paradestrasse. In werkelijkheid was het bedoeld als een vervolg op de stratenrace die in 1939 in het dorp werd georganiseerd. De ondergrond voor het circuit: puin dat afkomstig was van de fraaie huizen en hotels die tot het uitbreken van de oorlog de boulevard van Zandvoort sierden. Na de oorlog werd er vaart gemaakt met het aanleggen van het circuit, onder meer met advies van Le Mans-winnaar Sammy Davis. Ervaring met het organiseren van races was er echter nauwelijks en daarom werd de hulp ingeschakeld van de British Racing Drivers Club, die erin slaagde meer dan twintig rijders enthousiast te krijgen voor de race op het nieuwe circuit. Een van hen: Birabongse Bhanudej Bhanubandh, een Siamese prins. Zijn leven is een film waard, al is het niet zeker of het publiek het levensverhaal van prins Bira van Siam zou geloven. Hij nam deel aan de Olympische Spelen, maar ook aan de 24 uur van Le Mans. Toen het huwelijk met zijn vijfde vrouw voorbij was, trouwde hij opnieuw met zijn eerste vrouw. En toen hij op 71-jarige leeftijd stierf op een metrostation in Londen, was hij al zo ver in de anonimiteit verdwenen dat Scotland Yard eraan te pas moest komen om hem te identificeren. Toch was het díe prins die de allereerste race op Circuit Zandvoort won, met een Maserati CLT/48. Dat hij een auto van het merk met de drietand reed was geen toeval: voor dit exemplaar had hij al een 8CM en een 4CL.

Maserati magazine #7.jpg circuit zandvoort
Maserati magazine #7.jpg circuit
Maserati magazine #7.jpg trackday

Peter Tunissen: “Een Maserati? Misschien komt het er ooit van. Daarbij heb ik meer met de nieuwere modellen dan met de echt oude exemplaren. Alhoewel de 300S me wel een geweldige auto lijkt – maar of dat nou zo realistisch is…”

Trackday

“Echt niet iedereen met een Maserati hoeft gelijk te gaan racen”, zegt Peter Tunissen, “maar het circuit is natuurlijk wel dé plek om de mogelijkheden van je auto te ontdekken.” Tunissen weet waarover hij praat: zijn bedrijf Driving-Fun is een van de grootste trackdayorganisatoren van Nederland. “Een trackday is iets heel anders dan een race. Bij een race start je met al die auto’s tegelijk en ga je allemaal volgas op de Tarzanbocht af. Bij een trackday heb je vaak een open pitlane, wat wil zeggen dat je het circuit op rijdt als je er zin in hebt. Dat zorgt ervoor dat de auto’s veel minder dicht bij elkaar rijden, waardoor de risico’s aanzienlijk afnemen.” Zelf is Tunissen overigens ook een fan van Italiaanse auto’s. “Ik heb twee Alfa Romeo’s. Mijn dagelijkse auto is een Duitse diesel, omdat ik vaak dwars door Europa rijd op weg naar de verschillende circuits waar we onze evenementen organiseren. Een Maserati? Misschien komt het er ooit van. Daarbij heb ik meer met de nieuwere modellen dan met de echt oude exemplaren. Alhoewel de 300S me wel een geweldige auto lijkt – maar of dat nou zo realistisch is…”

Ideale allrounder

Na de uitleg van Tunissen stappen we weer in onze Ghibli – een blauwe, net als het exemplaar van prins Bira (al gebiedt de eerlijkheid om te zeggen dat dat exemplaar lichtblauw was, een kleur die ontleend was aan de avondjurk van een Deense van wie hij nogal onder de indruk was). Als we wegrijden bij het circuit, merken we hoe dicht het bij de duinen ligt: om de hoek komen we een groep damherten tegen, midden in de bebouwde kom, afkomstig uit de Amsterdamse Waterleidingduinen. Leuk voor toeristen (zoals wij vandaag), lastiger voor bewoners van het dorp, die de herten in het verkeer moeten zien te ontwijken en hun tuinen kaalgegraasd zien worden. Niettemin inspireert het ons om een kalme binnendoorweg terug naar Utrecht te nemen. In plaats van de A9 en de A2 met zijn trajectcontrole kun je dan plaatsjes als Waver of De Zwarte Kat op je weg vinden. We maken zelfs nog een kleine omweg, omdat we de molen bij Tienhoven niet willen missen. Ook op deze wegen is de Ghibli op zijn plaats. Zo bewijst hij zich niet alleen als een autowaarmee je comfortabel over de snelweg kunt cruisen, maar waarmee je ook rustig over kleine weggetjes kunt rijden. Tot je ervoor gaat zitten; dan kan hij ook angstaanjagend snel zijn. Als dat geen ideale allrounder is…

Auteur: Bart-Jan Brouwer / Fotografie: Luuk van Kaathoven