McLaren 720S

Playstation, maar dan in het echt

Hoe breng je absurd veel mogelijk vermogen via alleen de achterwielen op een toegankelijke manier over op het wegdek? Dat moet ongeveer de vraag zijn geweest die McLaren zich stelde bij de ontwikkeling van de 720S. Ze haalden alles uit de kast, van een ‘airbrake’ tot ‘Variable Drift Control’. Met succes.

Toen ik twintig jaar geleden als autoredacteur begon bij een groot landelijk dagblad en weer eens voor kwam rijden in een
auto met meer dan 300 pk, vroeg een oudere collega steevast: “Wat moet je ermee in Nederland?” Het verbaasde mij dat
hij niet kon begrijpen dat rijden in een sportwagen om veel meer gaat dan alleen snelheid. Maar nu, hier, op een doordeweekse
dag op de A28, komen zijn woorden als vanzelf naar boven. Je rijdt namelijk zo snel zo hard in de McLaren dat het overige verkeer vanzelf de beperkende factor is. De auto is bovendien zó goed dat je pas het idee hebt dat je een beetje vaart maakt als de teller boven de 200 km/h aanwijst. In theorie klinkt het waanzinnig: we moeten 720 pk in bedwang zien te houden in een auto met uitsluitend achterwielaandrijving. Dat kan in een auto met moderne elektronica, maar het roept meteen de vraag op of het kind niet met het badwater is weggegooid. Want een auto waarvan het ESP ingrijpt wanneer je inparkeert, is niet direct wat je verwacht bij een McLaren.

Gelukkig grijpt er tijdens het rijden helemaal niets in. Ook niet wanneer we korte tijd later met 210 km/h over de snelweg schieten. Dat was niet de bedoeling. We reden weg bij een tankstation en wilden alleen zien wat er zou gebeuren wanneer je kort doortrekt in de versnellingen. Voor ons gevoel reden we 160, maar de naakte cijfers toonden een andere werkelijkheid. Geschrokken lieten we de snelheidsmeter terugzakken tot meer modale waarden, in de wetenschap dat dit soort snelheden beter op het circuit kunnen worden ervaren.

mclaren720s-1
mclaren720s-3
mclaren720s-2

Hete varianten

Die kans kregen we een paar weken later in Italië, op de baan van het Autodromo Vallelunga, veertig kilometer ten noorden van Rome. Die mag van de FIA worden gebruikt als testcircuit voor Formule 1-teams, zoals dat van McLaren. Voordat we de baan op gaan, bekijk ik eerst enkele eerdere modellen van McLaren, die staan uitgestald op het binnenterrein. In 1992 werd de McLaren F1 geïntroduceerd, destijds de snelste en duurste sportwagen met een topsnelheid van 386 km/h. Die werd ontwikkeld met maar één doel: het maken van de beste supersportwagen ter wereld. Naar kosten werd niet gekeken. Zo werd het hitteschild van de twaalfcilinder motor bekleed met bladgoud. Ook werd gekozen voor een revolutionaire zitpositie, waarbij de bestuurder in het midden zat, geflankeerd door twee kleine bijrijdersstoelen. Het duurde tot 2012 voordat McLaren opnieuw zelf een auto ontwikkelde, de MP4-12C.

Daarna volgden de 12C, de 650S, de 570S, allerlei hete varianten hiervan, en natuurlijk de P1. Ja, er wordt flink gas gegeven in Woking. En flink vernieuwd: liefst 91 procent van de 720S is nieuw. En van de motor – die van 3,8 naar 4,0 liter is geüpgraded – is 41 procent van de onderdelen compleet nieuw. Het gaat dan om turbo’s, intercoolers, het gasklephuis uit gegoten aluminium, de cilinderkoppen, de krukas, zuigers en de uitlaat. De centraal achterin geplaatste motor is bovendien 1,2 centimeter lager verankerd, wat het zwaartepunt helpt te verlagen. Delen van de ophanging zijn nieuw, maar het werkingsprincipe blijft hetzelfde: dempers die met elkaar in contact staan en zo stabilisatorstangen overbodig maken. Het elektronische ‘brein’ achter dit onderstel is sneller en slimmer en er zijn twaalf extra sensoren, zodat de ophanging een verandering in het wegdek ondervangt in plaats van erop reageert. Er is nog steeds geen elektrische stuurbekrachtiging of meesturende achteras: die technologie is volgens McLaren simpelweg niet scherp genoeg.

“McLaren is er als een van de eerste merken in geslaagd om een supersportwagen te creëren die meer biedt dan de ultieme circuitsensatie. De atmosfeer in de auto is fijn, het zicht rondom is fantastisch en de auto rijdt over verkeersdrempels als ware het een Golf.”

Functie volgt vorm

Waar de eerste moderne McLaren werd gekenmerkt door het adagium ‘vorm volgt functie’, is dit bij de 720S precies andersom. De 720S oogt aantrekkelijk en is onmiskenbaar een supersportwagen. Daarvoor hoef je niet eens heel dramatisch met je vleugeldeuren te zwaaien. In plaats van lelijke luchtinlaten koos men voor een revolutionaire manier van motorkoeling: de radiateurs zijn onzichtbaar achter de deuren gemonteerd en krijgen hun koellucht aangevoerd via sleuven in de deuren zelf. Dit om te voorkomen dat je achter de deuren twee enorme luchthapgaten moet maken om de koellucht naar binnen te zuigen.

Dankzij het cab forward design – een logisch gevolg van de motor achterin – oogt de auto snel en doelmatig. In dit geval geen loze dreigementen. Sterker nog: de honderdsprint duurt slechts 2,9 seconden en een top van 341 km/h behoort tot de mogelijkheden (waarmee hij maar fractioneel minder snel is dan de über-McLaren van een paar jaar geleden, de P1). Dit is mede het gevolg van een gewicht van 1.283 kilo, met dank ook aan de nieuwe koolstofvezel kuip. De 720S is 3,1 cm langer en 15 cm breder dan zijn voorganger. Dat maakt het parkeren in krappe vakken niet gemakkelijker, maar de nieuwe vlinderdeuren zwaaien 15 cm minder ver uit, dus dat scheelt. Aanzienlijk zelfs, want in de praktijk kun je in- en uitstappen op parkeerplekken waar je in een boodschappenautootje met geen mogelijkheid je deur kunt bewegen.

Elke dag feest

Tijd om te rijden. Alhoewel mij eerst vriendelijk wordt verzocht om plaats te nemen op de bijrijdersstoel. “Laten we eerst maar even wennen aan het circuit en de snelheid”, stelt mijn Britse instructeur voor. Tuurlijk, tuurlijk. Ze blijven uiterlijk relaxed, die Britten, maar wanneer ik het stuur overneem, merk je dat ze – ondanks alle elektronica – zelf aardig wat ontzag hebben voor de 720S. Want, zoals eerder gezegd, deze McLaren is zó snel. Ik besluit de zenuwen van mijn begeleider niet te testen en houd het netjes. Maar wanneer ik ontdek dat de McLaren geen krimp geeft onder omstandigheden waarbij een moderne 911 al aardig tegen begint te sputteren, doe ik er toch per ronde een schepje bovenop. Iets later remmen – geen probleem. Vroeger insturen – de voortrein reageert alsof het mijn eigen handen zijn. Eerder op het gas en dan de auto helemaal naar buiten laten lopen – formidabel. Mijn instructeur ziet dat de circuitervaring er wel is bij zijn protégee en geeft steeds minder aanwijzingen. Al snel zitten we in een mooie cadans en worden de bochten aaneengeregen. De McLaren doet precies wat je wilt. Dit is geen auto die je moet temmen, geen voertuig dat er alles aan zal doen om je uit het zadel te werpen. De doelmatigheid spat ervan af. Playstation, maar dan in het echt.

Wanneer we even later de Variable Drift Control uitproberen – een systeem dat de bestuurder de vrijheid geeft om gecontroleerde drifts te kunnen uitvoeren –, moet ik de auto echt forceren. Uiteindelijk lukt het, zij het met enige moeite. Laten we het erop houden dat je dit spelletje beter in de regen kunt spelen. Beter voor je aandrijflijn, beter voor je achterbanden en beter voor je ego. Want forceren kun je leren, maar doordat de achterwielen zo veel grip hebben, is het onvermijdelijk dat je de eerste keren onderstuurd de bocht uit wordt geduwd, in plaats van dat je hem driftend rondt. En dat ziet er gewoon niet uit. In de regen, zo stellen we ons voor, moet in de McLaren een toefje gas genoeg zijn om van een sombere dag een feest te maken dankzij deze driftmodus. En het is elke dag feest dankzij het uitlaatsysteem, dat voor misschien wel de meest opwindende soundtrack van
alle McLarens zorgt.

mclaren720s-4
mclaren720s-5
mclaren720s-6

Extreme omstandigheden

De 720S mag dan heel snel heel hard gaan, hij staat ook heel snel helemaal stil: vanaf 200 km/h in een verbijsterende 4,6 seconden. Dat komt overeen met een afstand van slechts 117 meter. Met dank aan de keramische remmen, en aan de speciaal voor de 720S ontwikkelde Pirelli’s P Zero Corsa. Duidelijk is dat de 720S het breedste scala aan kwaliteiten heeft van alle McLarens tot nu toe. De auto maakt bochtsnelheden mogelijk die je alleen maar gelooft omdat de snelheidsmeter niet liegt. We rijden 260 km/h op een baantje dat gevoelsmatig vol zit met bochten en korte rechte stukken, we remmen met een gemak zoals je zelden ziet, en profiteren van het onderstel dat de auto onder extreme omstandigheden strak en beheersbaar houdt. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor het Proactive Chassis Control II. Om de bestuurder in staat te stellen zo veilig mogelijk gebruik te maken van de vermogens, zijn twaalf extra sensoren gemonteerd voor een ‘heel dynamisch rijgedrag’ en ‘optimale grip in bochten’. Er is keuze uit de modi Comfort, Sport en Track. Ook is bewust gekozen voor meer glas en verder naar beneden doorlopende ramen. Het zicht rondom is daardoor zeer goed. En dat wordt nog beter wanneer je het display naar beneden laat klappen. Dit gebeurt automatisch wanneer de circuitstand wordt gekozen. Op de kopse kant van het display zijn dan alleen essentiële zaken als toerental en snelheid af te lezen. Daarnaast is veel aandacht besteed aan de praktische kanten van deze sportwagen. Zo is de 720S meer dan ooit ontwikkeld met dagelijkse bruikbaarheid in het achterhoofd. Denk aan 150 liter bagageruimte voor en 140 liter achter. En achter de middenconsole is extra ruimte ingebouwd voor prullaria of een kleine handtas. De cockpit moet de meest uitnodigende zijn van alle supercars met vleugeldeuren. Het maakt dat grote en corpulente mensen achter het stuur plaats kunnen nemen zonder zich in bochten te moeten wringen.

De prestatiecijfers van de 720S geven aan dat McLaren vastberaden is om de top van het supercarsegment ferm in handen te krijgen. Het mooie is dat je niet per se hard hoeft te rijden om te genieten van zijn kwaliteiten. McLaren is er namelijk als een van de eerste merken in geslaagd om een supersportwagen te creëren die meer biedt dan de ultieme circuitsensatie. De atmosfeer in de auto is fijn, het zicht rondom fantastisch, de auto rijdt over verkeersdrempels als ware het een Golf, en ook is hij uiterst geduldig met onervaren bestuurders. Iedereen rijdt zo weg met deze supersportwagen, en de gebruikelijke concessies die je normaal gesproken moet doen bij auto’s met dit soort absurde vermogens, ontbreken compleet. Daarmee heeft het merk een fijne troef in handen, die ongetwijfeld de komende jaren ook met andere modellen fijntjes wordt uitgespeeld.

Auteur: Erik Kouwenhoven / Fotografie: Ansho Bijlmakers