Joseph Klibanksy

“Supercars geven mij rust”

Klibansky: een naam die associaties oproept met de schatrijke Russische adel uit het tsarentijdperk. Een verre nazaat? Integendeel. Alhoewel? Een interview met de succesvolle Nederlandse kunstenaar Joseph Klibansky, zijn uitzinnige kunst, grote succes en vooral ook grote autoliefde.

Joseph Klibansky (32) is de zoon van een Zuid-Afrikaanse reclame- annex autofotograaf en een Nederlandse visagiste die elkaar tijdens een klus in Kaapstad ontmoetten en daar trouwden. Enkele jaren later vertrok het echtpaar met hun inmiddels twee zoontjes Louis en Joseph weer naar Nederland om in het Gooi een handelsonderneming in modeartikelen te starten. Een hecht gezin waarin alle ruimte was voor initiatieven, ontwikkeling en creativiteit. Joseph kon de benedenetage van het ouderlijk huis gebruiken – meubels aan de kant – voor het maken van zijn kunst. De gevolgen daarvan bleven niet lang uit. De ontdekking door een bezoekster die toevallig ook redactrice van een kunstgids was. De publiciteit. De tentoonstellingen, eerst in eigen huis en tuin, later serieuze vernissages en exposities elders. Dan ook de eerste verkopen; honderdjeswerk. Maar naarmate Klibansky’s bekendheid en afzet groeien, groeien ook de bedragen in de catalogus. Nu, tien jaar later, geniet Joseph internationale bekendheid en is er ook erkenning door de gevestigde orde binnen de kunstwereld. Met als bekroning Klibansky’s eerste museale solotentoonstelling in de Zwolse Fundatie. Joseph doet dit niet alleen. Er is sprake van een heuse familiefirma waarin vader, moeder, zijn broer en diens vrouw Suzanna keihard meewerken om samen met een legertje werknemers het succes van Joseph te stroomlijnen.

Verbluft, maar verheugd

Afslag Naarden vanaf de A1. Van veraf zien we al een witte McLaren 570S met zwart dak, zwarte velgen en signaalgroene remklauwen geparkeerd staan voor een al even spierwit hangarachtig gebouw. Er wordt opengedaan door Louis Klibansky; broer-van. Nadat we onszelf hebben voorgesteld en de reden van onze spontane komst melden, vertelt Louis dat zijn broer er even niet is, maar dat een interview hem een leuk idee lijkt. Waardoor nog geen minuut later een afspraak is gemaakt. Louis blijkt de rechterhand van Joseph, beheert diens agenda, regelt alle zaken, voert het woord en ziet op alle bedrijfsprocessen toe, waardoor Joseph zich op het scheppen kan concentreren.

Louis leidt ons alvast even rond door het gebouwencomplex. Overal kunstwerken. Aan de muren Josephs karakteristieke ‘mixed media’ reuzencollages, terwijl midden in sommige ruimten, en anders schijnbaar vergeten in de hoeken daarvan, bronzen beelden en plastieken staan opgesteld. Zij het tot blinkende hoogglans gepolijst of juist voorzien van een bijzondere textuur. Louis vertelt dat vrijwel alle objecten in deze Naardense studio worden gemaakt. Onder andere met behulp van een twintigtal Klibansky-werknemers dat zorgdraagt voor de eindfabricage en afwerkingen van Josephs kunstwerken. Verbluft, maar verheugd rijden wij redactiewaarts.

Breedtescheuren

Enkele dagen later bellen wij op het afgesproken uur met de fotograaf in Naarden aan. Maar Joseph Klibansky blijkt ook nu afwezig. Hij wilde bij nader inzien de McLaren toch nog laten handwassen en uitzuigen voor de fotografie. We voelen zo langzamerhand een prettig soort spanning om deze kunstenaar – die we op internet al uitgebreid bestudeerden – eindelijk te ontmoeten. Maar dan kondigt het typische droge brullen van een McLaren-V8 toch zijn komst aan. De roldeur zoemt omhoog, de McLaren dreunt oorverdovend binnen, parkeert tussen de naar verluidt tonnen kostende en ook tonnen wegende kunstwerken. Het portier draait omhoog open, en een jongeman met zwartkroezend haar in een knotje stapt kwiek en lenig uit. Eveneens zwart is zijn kleding, waarvan vooral het skinny leren jack en de zwarte jeans met modieuze breedtescheuren opvallen. Met een uitgesproken vriendelijke en open glimlach loopt Joseph op ons af. Met dat donkere haar, het ringbaardje en de donkere wenkbrauwen boven juist helderblauwe ogen een met recht exotische verschijning. Joseph praat direct veel en gemakkelijk, is kinderlijk enthousiast over zijn McLaren en wijst ons – alsof het gaat om een exquise traktatie – op de bijzondere en door hemzelf ontworpen carbonfiber achterspoiler op de achterplecht, de speciaal gespoten zwarte plaatwerkdelen, de signaalkleurige remklauwen en de in dezelfde kleur uitgevoerde stiksels in de bekledingen.

Alles door Joseph bedacht en ontworpen, het interieur door McLaren Special Operations uitgevoerd. Vervolgens praat hij naadloos door over zijn bestelde McLaren 720S die hij ruim voor de introductie al bij de fabriek in Woking mocht bekijken. Joseph vertelt ook dat hij daags na dit interview ook de Geneefse Autosalon zal bezoeken om de officiële premièreonthulling van dit nieuwe model bij te wonen. We nestelen ons al keuvelend in een der zithoeken.

josephklibanksy1
josephklibanksy2
josephklibanksy3

Je kunstwerken staan ver van de wereld van super- en hypercars die zo’n rol spelen in je leven. Hoe zit dat?
“Maak je geen zorgen: ik ben door en door autoliefhebber. Dus geen poseur of patser. Weet je: het is altijd storm in mijn kop; onrust. Vroeger, maar ook nu. Toen in mijn jeugd voor het kledingbedrijf van mijn ouders regelmatig aan huis werd geleverd, was er een leverancier die in een van die grote kartonnen dozen altijd een serieuze modelauto bijsloot. De bijzonderste modellen: Jaguar E-Type, Ferrari Berlinetta, Lamborghini Diablo, Lotus Esprit, Bugatti EB 110, dat werk. Het esthetische van die auto’s, het gladde, glanzende en glooiende, alles even vloeiend en fraai, op die overzichtelijke schaal, bracht orde en rust in mijn hoofd. Een geestestoestand die aanzette tot een soort universele creativiteit. Inspiratie om te creëren. En nee: niet eens qua auto’s. Nu ik jaren later dergelijke auto’s ook werkelijk bezit is er zelfs een summum van dat gevoelseffect. De exotische supersportauto als de intieme cocon waardoor en waarbinnen ik inspiratie en concentratie vind. En de beste ideeën krijg. En trouwens ook de beste gesprekken voer.”

Rust, ordening, concentratie: zijn daarvoor alleen dergelijk extreme machinerieën met hun 600, 700 pk en topsnelheden van ver boven de 300 geschikt?
“Ja dus. Maar ook weer anders. De beauty van een super- of hypercar, de extravagantie aan binnen- en buitenkant, de materialen en zelfs de geuren; daarmee zeggen zo’n auto en zijn fabrikant in feite: ik ben het absolute summum, dit is alles wat we kunnen en weten. Het beste, kortom. Mijn fantasie en creativiteit worden daardoor voortdurend geprikkeld. Heus, dat is voor mij de essentie van het bezit van dit soort auto’s. Ik ben minder geïnteresseerd in het op toptoerentallen uitwonen van de techniek en de allerhoogste topsnelheden. En ik voel er ook niets voor om de donkere diepten van het gevaar op te zoeken. Ik rijd dan ook steevast met alle veiligheidssystemen aan. Eigenlijk ben ik achter het stuur de rust zelve…”

“Mijn werken zijn screenshots van mijn gedachten.”

Toch ging het eerder dit jaar in Amsterdam mis met een Ferrari 458 Italia…
“Ik weet nog steeds niet wat er precies gebeurde. Ik was net ingestapt, de motor en banden waren nog koud, dus ik reed rustig. Bovendien regende het en was het wegdek nat en glad. Daarbij komt dat de Ferrari in koude toestand qua schakelen altijd flink klapt en trapt. Reden dus om het kalm aan te doen. Ik zat die eerste meters na te denken over het gesprek dat ik daarvoor had gevoerd, gaf na de rotonde weer wat gas bij, maar ineens was ik de Ferrari kwijt! Nee: niks ‘knopjes uit’. Ik rijd dus juist altijd met alle systemen aan. Ik remde subiet, maar het was al te laat. De Ferrari zag er door die motorloze neus overigens veel erger uit dan het werkelijk was, hoor.”

Je zou vanuit de berm al meteen een andere Ferrari besteld hebben. Rijd je deze McLaren tijdelijk?
“Wat een onzin! Ik weet niet waar dat verhaal vandaan komt, maar het zal er voor de smeuïgheid van de roddel zijn bijgesleept. Deze McLaren had ik al. En de 720S die eraan komt en waarvoor ik deze 570S inruil, was ook al besteld. Mijn eerste sportwagen was een Maserati GT, mijn tweede en derde auto waren Ferrari’s, naast de 458 Italia ook een California T. Toen de onderhavige 458 Italia total loss werd verklaard, heb ik een Maserati GranCabrio MC Stradale besteld. Maar dat was dus niet ‘vanuit de berm’ en geen Ferrari.”

Waarom trouwens een McLaren 720S en niet een Ferrari 488 GTB?
“McLaren maakt hypercars voor de prijs van een supercar. Dat is niet alleen mijn eigen mening, dat hoor ik ook van de mensen die ertoe doen en die het weten kunnen. Voor McLarens gelden superlatieven. De 720S – dat getal staat voor het aantal paardenkrachten – is het actuele toppunt van hypercar-techniek. Dus precies wat ik zoek. Ik moet overigens toegeven dat toen ik destijds voor het eerst een Ferrari 458 Italia in het echt bij een autobedrijf zag staan, er een schok door m’n hele lijf ging. Zo verschrikkelijk mooi. Ik ben op een bankje gaan zitten, heb wat te drinken gevraagd, en toen maar kijken en dromen. Er zijn mensen die me nu zeggen dat ze de Ferrari 488 GTB beter, mooier en futuristischer vinden, maar die hebben de McLaren 720S nog niet gezien.”

“McLaren maakt hypercars voor de prijs van een supercar.”

Heb je er nooit over nagedacht iets concreets met auto’s te doen in je kunst?
Automotive art, het afbeelden van een auto of een autotafereel, is een kunstvorm op zichzelf. Die staat haaks op echte kunst, want doet minder een beroep op de verbeelding. Iets wat ik met mijn kunst juist wel nastreef. Dus nee, geen plannen in die richting. Overigens heb ik destijds m’n Ferrari wel degelijk gewrapt met mijn city-impressions.”

Verwijzen die drukke stadsbeelden vol vaart en beweging misschien toch naar onze mobiliteit?
“Die city-impressions zijn de eerste werken waarmee ik doorbrak. De drukte van de moderne samenleving in de metropolen van de wereld. Niets klopt van wat je ziet op deze ‘stedenportretten’, alles is er met opzet zo ingezet, al dan niet met de computer. Puur surrealisme, maar het verbeeldt wel heel precies mijn gevoelens over de vorm waarin de moderne mens leeft en werkt. Het is mijn ontdekkingsreis daarin. Mijn courante werken zijn veel meer thought paintings. Beter nog: screenshots van mijn gedachten.”

En dat reusachtige beeld van die astronaut die als een soort space-age Jezus van Nazareth een kruis op zijn rug meetorst? Sowieso dat kruis in veel van je nieuwste werken?
“De Klibansky van toen is niet de Klibansky van nu. Ik maak een voortdurende ontwikkeling door. Terwijl ook de tijd en de wereld veranderen. We leven in een periode waarin de mens opnieuw de ruimte verkent, op Mars landt, en er zelfs commerciële ruimtereizen worden aangeboden. Op zoek naar nieuwe werelden. Tegelijk zijn er veel geloofsvraagstukken. Met dit beeld stel ik de vraag: moeten we op zo’n andere planeet, in zo’n nieuwe wereld, het geloof meenemen? Geloof brengt hoop, maar ook veel ellende en oorlogen. Hoe zal de mens, een samenleving eruit zien zonder religie? Slechter? Beter? Nee, het hoeft niet allemaal gemakkelijk en mooi te zijn wat ik maak. Verbeelding, weet je wel.”

“Auto’s zullen altijd belangrijk voor me blijven. Ik heb dat bewonderen van vormen en techniek nodig. Ze zijn een enorme verrijking van mijn leven.“Auto’s zullen altijd belangrijk voor me blijven. Ik heb dat bewonderen van vormen en techniek nodig. Ze zijn een enorme verrijking van mijn leven.”

Hoe smaakt het succes?
“Te weten dat wat je maakt gewaardeerd wordt, is geweldig. Ik ontmoet door mijn werk ook de bijzonderste mensen uit alle delen van de wereld, heb de interessantste gesprekken en ik krijg daardoor alsmaar meer ideeën. Ik zie en leer ongelooflijk veel. Dan is het werken en creëren iets wat je juist heel graag wilt. Ik doe dat dan ook overal en tussen alles door. In dit bedrijfspand zijn trouwens ruimten waar ik me langdurig kan terugtrekken. Soms ga ik ook gewoon weg. Waarheen dan ook. Nadenken. Kijken. Schetsen. Mock-ups maken met de computer. Terug in de studio, dan met het team overleggen. Of en hoe datgene wat me voor ogen staat maakbaar is. Om het vervolgens te doen. Zo te mogen leven en werken: ik zwelg erin.”

Wat zijn je ambities?
“Mijn focus is totaal gericht op de verdere ontwikkeling van mijn kunst. In artistiek opzicht, maar vanwege de belangstelling vanuit Amerika heb ik er ook mijn zinnen op gezet daar te excelleren. Louis en ik zijn al in Miami geweest en binnenkort ga ik er met mijn schoonzuster Suzanna opnieuw heen voor verdere besprekingen. Al mijn tijd en energie gaan dus naar mijn werk. Altijd bezig, weg en onderweg. Ik heb geen vrouw en kinderen, dus dat kan nu ook. Een uitgaanstype of kroegtijger ben ik sowieso niet. Bier en wijn drink ik niet, al ga ik wel graag met vrienden naar een mooie cocktailbar. Bijvoorbeeld die in het Conservatorium Hotel in Amsterdam. Heerlijke gin-tonics en caipirinhas hebben ze daar.”

En qua auto’s? Zullen die altijd bij je zijn? Wat is trouwens je grootste auto-ambitie?
“Auto’s zullen altijd belangrijk voor me blijven. Ik heb dat bewonderen van vormen en techniek nodig. Ze zijn een enorme verrijking van mijn leven. Daar zit nul decadentie bij. Want ook als ik in een lege wereld zou wonen, of in een woestijn, dan zou ik nog in een hypercar rijden. Mijn grootste auto-ambitie? De opvolger van de McLaren P1, hahaha! De werkelijke droomauto is voor mij de Pagani Huayra. Zoals die eruitziet en is gebouwd! Hij kost tweeënhalf miljoen. Of meer. Maar dat is voor mij juist niet zinnig. Ik investeer momenteel volop in de verdere ontwikkeling van mijn kunst, en daar zijn fikse bedragen mee gemoeid. Daar doe of laat ik desnoods alles voor. Zou het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om mijn auto’s ervoor te moeten verkopen, dan doe ik dat meteen. Neem ik wel een Mini. Nou ja, goed, oké, dan wel een Cooper Cabrio. In John Cooper Works-versie natuurlijk.”

Auteur: David Bakels / Fotografie: Klibanksy / Ingmar Timmer