Gassan Diamonds

“We willen groter worden dan Cartier”

In de afgelopen 35 jaar heeft de geboren en getogen Amsterdammer Benno Leeser het Gassan Diamonds van zijn opa tot een internationale succesformule opgetild. Maar de pretlichtjes in de ogen van de diamantslijper, groothandelaar én detaillist van diamanten, juwelen en horloges glinsteren het meest als hij over Feyenoord praat.

We zien een ranke man achter een slijpmachine. Donker pak, haar strak in de pommade, een bril die tegenwoordig weer hip is. Met een stevige sigaar tussen de lippen kijkt hij geconcentreerd naar het werktuig. Op zijn schoot zit een klein jongetje, in een keurig gesteven wit hemd, korte broek en de haren in een scheiding. De chemie tussen opa en kleinkind is bijna tastbaar op de zwart-witfoto van pak ’m beet zestig jaar geleden. De man is Samuel Gassan, grondlegger van Gassan Diamonds. Het jongetje dat zo gebiologeerd met hem meekijkt, is Benno Leeser, de huidige president-directeur. Het familiekiekje heeft een prominente plek gekregen in zijn Amsterdamse kantoor aan de Nieuwe Uilenburgerstraat. Opa ontstak in hem het heilige vuur voor de wereld van de diamant, vertelt Leeser. In 1973 mocht hij het als achttienjarige ‘na de havo een jaartje proberen’ op de kas- en sorteerafdeling.

“Ik leerde toen meteen de grootste les”, zegt Leeser met pretoogjes. “In de stad kwam ik een klant met zijn vrouw tegen. Ik zei gekscherend tegen hem: ‘Nou weet ik waar dat kasoverschot vandaan komt.’ Ik had die dag een overschot in de kas geteld, maar de opmerking werd me niet in dank afgenomen. Een doodzonde is het, praten over geld of het noemen van bedragen in deze business. We hebben het immers vaak over een cadeautje.” Het had niet veel gescheeld of de jonge Leeser was in een andere branche terechtgekomen. Vader Rolf Leeser had een aantal deftige damesmodezaken en zag in hem wel een geschikte opvolger. Het liep anders, dankzij opa. “Mijn moeder was trouwens vicepresident van de Amsterdamse rechtbank. Mijn ouders verschilden enorm van karakter. Hij flamboyant, zij de eenvoud zelve.”

gassandiamonds1
gassandiamonds3
gassandiamonds2

Aardig balletje

Verwacht in het kantoor van de diamantair geen dure schilderijen of kunstwerken. Je stapt binnen in een ruimte die meer weg heeft van een voetbalmuseum. De muren hangen vol met shirts van bekende voetballers, vooral van Feyenoord, zijn club. Met een groots gebaar sjoelt Leeser na een minuut of tien iets over het tafelblad. “Dat is ’m!” roept hij enthousiast als we het kleinood oppakken. Het is een schaalmodel van de kampioensschaal die de Rotterdamse club onlangs in de wacht sleepte. “In 2018 winnen we de Champions League”, klinkt het vol bravoure. Ergens, zou je denken, moet het misgegaan zijn. “Rinus Michiels was een goede vriend van mijn vader. Om hem te sarren, leerde hij me als baby al dat Ajax ‘bah’ was en Feyenoord ‘hup’ – dat is blijven hangen. Op vierjarige leeftijd besloot ik dat ik voor de club uit Rotterdam was. Uit rebellie tegen m’n vader, denk ik.” Overigens trapte Leeser zelf ook een aardig balletje. Hij speelde 93 wedstrijden in de hoofdmacht van AFC, een gerenommeerde amateurclub uit Mokum. “Op het middenveld of als laatste man. Ik moest het vooral van m’n inzet hebben.”

Liflafjes

De liefde voor Feyenoord zit diep. Als het even kan, bezoekt hij elke uit- en thuiswedstrijd van de Rotterdamse club. Mensen als Jorien van den Herik, oud-voorzitter, en Giovanni van Bronckhorst, de huidige trainer, rekent hij tot zijn vriendenkring. Net als Louis van Gaal en Dick Advocaat, overigens. “Mijn allereerste auto was een Mini Clubman, die kreeg ik van opa Gassan. Daarna volgden twee Alfa’s. Nu rijd ik BMW, een 7-serie. Waarom? Geen idee, ik heb niet veel met auto’s. Het belangrijkste is dat de telefoon het doet.” En dan verlies je natuurlijk weleens de snelheidsmeter uit het oog. “Ik mocht een maand niet rijden in Duitsland. Tja, ik reed iets te hard. Het kwam gelukkig goed uit, want ik ging op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Maar op bergweggetjes rijdt er doorgaans een file achter me. Nee, ik ben geen snelheidsduivel.”

Echt stilzitten doet hij niet, op z’n vaste stekkie aan de Côte d’Azur. ’s Morgens en ’s avonds werkt hij anderhalf uur, tussendoor kookt hij graag (“Ik houd van puur; een biefstuk of een zalm, vooral géén liflafjes op het bord”) en het voetbalstadion van OGC Nice ligt binnen handbereik. “Ik vond het heerlijk, zeven weken vakantie. Maar Kitty, mijn vrouw, vond het welletjes en wilde weer aan de slag. Zij zit ook in het bedrijf.” Behalve Leeser en zijn vrouw werken ook dochter Debora Huisman-Leeser en partner en haar halfbroer David Bijlsma en partner in het bedrijf. Het zijn de beoogde troonopvolgers. Een poosje terug kreeg ieder van hen vijf procent van de aandelen. “Wij zijn voor honderd procent een familiebedrijf”, klinkt het serieus en met lichte stemverheffing. “Dat geeft ons vaak een voorsprong, omdat we sneller kunnen beslissen. ‘Alles valt of staat bij een goede organisatie’, predikt Louis van Gaal. Dat geldt niet alleen voor voetbal, maar ook voor het bedrijfsleven.” ‘Continuïteit op de lange termijn’ noemt Leeser een van de drie pijlers waarop zijn bedrijf rust. De andere twee zijn ‘het leveren van de hoogste kwaliteit’ en ‘service tot in het oneindige’. “Ik wil geen gedoe met een horloge dat gerepareerd moet worden. Afspraken moet je nakomen.”

“Op vierjarige leeftijd besloot ik dat ik voor de club uit Rotterdam was.”

Optimist

Leeser is recht voor z’n raap, merken we. Een optimist ook, met de branie die typerend is voor veel Amsterdammers. “Ik vind somberen vervelend. Ik denk dat het überhaupt lekkerder leeft als je in kansen denkt in plaats van in bedreigingen. Dat probeer ik ook wel uit te dragen. Daar kan ik redelijk duidelijk in zijn, ook al wordt dat niet altijd gewaardeerd.” De diamantair is bovendien een rasondernemer met een ronkend palmares. In pakweg 35 jaar tijd heeft hij, tot 2011 samen met broer Guy, Gassan Diamonds vier keer zo groot gemaakt. Momenteel telt het bedrijf vijfhonderd medewerkers en 25 winkels, verspreid over Amsterdam, Schiphol en Singapore. “Binnenkort openen we op Changi Airport in Singapore nog twee brandstores, van Rolex en van Montblanc. Daarmee komt het aantal winkels daar op zes”, meldt Leeser zichtbaar trots.

Hij is er de man niet naar om ambities onder stoelen of banken te steken. “Gassan is steeds meer een merk aan het worden in plaats van een bedrijfsnaam. Dat willen we verder uitbreiden. We willen groter worden dan Cartier.” Het woord ‘moeten’ neemt hij niet in de mond, bewust niet. “Er moet niks”, bromt hij vriendelijk. “Kinderen moeten niet in de zaak, kleinkinderen ook niet. Mooi als ze het willen. En waar een wil is, is een weg.” Dat Gassan Diamonds blijft groeien, is voor Leeser een uitgemaakte zaak. Mits het maar dynamisch genoeg blijft. Dochter Debora geeft het goede voorbeeld. Zij heeft een eigen juwelenlijn ontwikkeld, Choices by DL. Daarnaast zette Leeser het exclusieve merk Gassan 121 in de markt. Na jaren van fijnslijpen, letterlijk, lukte het zo’n tien jaar geleden als eerste in de wereld om een briljant met 121 facetten te maken. Een sterk staaltje ambacht, dat extreem fonkelende stenen oplevert. De innovatie is zeer succesvol en gaat de concurrentie aan met de beroemde, eeuwenoude ‘standaard’ geslepen briljant met 57 slijpvlakken, de zogenoemde Amsterdam Cut. Het slijpen van het hardste materiaal dat moeder natuur heeft voortgebracht, is overigens niet aan Leeser zelf besteed. “Daar ben ik te ongeduldig voor. Maar ik weet wel of een diamant goed is.”

“Op bergweggetjes rijdt er doorgaans een file achter me. Nee, ik ben geen snelheidsduivel.”

Schokgolven

Het familiebedrijf heeft het bij vlagen ook best zwaar, geeft Leeser toe. Het opereert nou eenmaal in een zéér conjunctuurgevoelige markt. “Ik heb aan de ene kant het mooiste vak dat er is, aan de andere kant is mijn bedrijf ook heel kwetsbaar. De wereld is harder geworden”, stelt hij vast. “Ik word vaker teleurgesteld.” Er hoeft maar iets te gebeuren en hij merkt het meteen. Na de aanslagen in Brussel werd bijvoorbeeld driekwart van de Japanse tours naar Gassan Diamonds afgezegd. Dergelijke bezoeken aan het Amsterdams hoofdkwartier vormen een belangrijk onderdeel van de omzet. Jaarlijks komen zo’n 400.000 toeristen naar het fraaie pand op het eiland Uilenburg in hartje stad waarin vroeger een op stoom aangedreven diamantslijperij gevestigd was.

“Inmiddels raak ik er niet meer van in paniek”, vertelt Leeser over de schokgolven waarop zijn bedrijf meedeint. “Tijdens de Eerste Golfoorlog zakte het aantal bezoeken ook enorm. Dat was de eerste keer dat ik de zakelijke gevolgen van zo’n gebeurtenis echt meemaakte. Toen heb ik er een nachtje niet goed van geslapen. Tijdens de SARS-crisis in 2003 was ik al een stuk rustiger. Ik heb ook geleerd dat een fenomeen als mist niet best is voor onze omzet. Mensen zijn bij dat soort weer op luchthavens niet in de stemming om een horloge of een sieraad te kopen. Momenteel draaien we erg goed. Dan is het mijn taak om iedereen bij de les te houden en zeer scherp te zijn. In tijden dat het goed gaat moet je niet achteroverleunen.”

Auteur: Leo Alexander Schlangen / Fotografie: Sander Nagel