Michael Bleekemolen

“Het leven is te mooi om stil te staan”

Hij is de verpersoonlijking van een coureur die het ook buiten het circuit gemaakt heeft. Levensgenieter, familieman en ondernemer Michael Bleekemolen tikt binnenkort zijn duizendste race aan. En laat al decennialang met zijn bedrijf honderdduizenden raceliefhebbers genieten op zijn indoorkartbanen en zijn thuiscircuit in de duinen.

“Ik heb mensen de hand geschud die vijf minuten later niet meer leefden. Het was link in die tijd. Auto’s vlogen al in brand als ze te lang in de zon stonden. Wat gevouwen aluminiumfolie met popnagels, meer was het niet”, grinnikt Michael Bleekemolen. Zijn sprekende, felblauwe ogen dansen olijk in het gebruinde gezicht. “Gevaar hoorde bij de Formule 1, bij het vak van coureur. Er ging geen jaar voorbij zonder dodelijk ongeval. Ik heb er nooit bij stilgestaan.” In 1977 bemachtigt de geboren Amsterdammer een stoeltje in de Ivy League van de autosport. Slechts veertien andere landgenoten, met Max Verstappen als nieuwste vaandeldrager, kregen dat voor elkaar. Voor RAM Racing en later ATS Racing Team begeeft de ‘Bleek’ zich onder coureurs als Mario Andretti, James Hunt en Nikki Lauda. Hij weet zich voor één Grand Prix te kwalificeren, die van Watkins Glen, het circuit in Amerika. Als hij klaar staat op de grid schrikt hij zich een hoedje. “Toen het bodywork van de ATS eraf ging, draaide ik wat met het stuur. Allerlei popnagels in het chassis gingen heen en weer. Dat zat me niet lekker. Ik ben van start gegaan, maar viel een paar ronden voor
het einde uit door een olielekkage. Met die auto was overigens nauwelijks goed te sturen.”

Geraniums als schrikbeeld

Het is alweer bijna veertig jaar geleden, zijn debuut in de Formule 1. Maar het racen kan hij nog steeds niet laten. Vandaag stapt hij bijvoorbeeld in een vinnige Fransoos voor de Dutch Renault Clio Cup op Circuit Park Zandvoort. ‘Mr. Renault’ wordt hij ook genoemd, want sinds de jaren tachtig rijdt hij in de tourwagenklasse van het Franse automerk. “In 1984 werd ik tweede, in zo’n dikke Renault 5 Turbo, achter Jan Lammers. Hartstikke spannend, de auto’s zijn gelijkwaardig, er is geen sprake van technische doping. Leuk voor coureur én publiek.” Het zijn vooral de ‘competitie’ en de ‘concurrentie’ die de coureur en ondernemer op 67-jarige leeftijd nog steeds naar het circuit trekken. “Op de baan verander ik in een roofdier. Zonder overigens al te veel risico’s te nemen. Brokken maak ik eigenlijk nooit – wel zo prettig voor m’n sponsoren. Zolang ik niet ergens achteraan bungel, blijf ik doorgaan met racen. Laatst zag ik na afloop in de pits een paar bezwete broekies. Ze zaten helemaal stuk. Kom maar op jongens, ik ben nog lang niet moe en veel sneller, dacht ik.” Met een ritje door de stad maak je de Bleek minder blij. “Gewoon in het verkeer rijden, vind ik maar niks. Dat doe ik eigenlijk liever niet.”

“Ik heb mensen de hand geschud die vijf minuten later niet meer leefden.”

Hooked aan snelheid

Binnenkort rijdt de nestor van de vaderlandse autosport zijn duizendste race. Een onwaarschijnlijk aantal, bij elkaar geharkt op circuits overal in de hele wereld en in ontelbaar veel verschillende raceauto’s. Van Porsche Supercup tot Renault Clio Cup, van 24H Series tot BMW 130i Cup en van Formule 1 tot Formule 3, en dan vergeten we er nog een boel. Hij wil het aanstaande jubileum luister bijzetten met een feestje. “Ik denk erover om alle sponsoren die mijn carrière mogelijk hebben gemaakt uit te nodigen. Dat zijn er nog al wat. Gaan we samen het circuit op, ofzo. Ik kan nog allemaal met ze door een deur. Nooit gezeur gehad over afspraken of geld. Kan nog altijd zo bij ze binnenlopen, of het nu Levi’s is, Philips, Samsung, Pionier, Rothmans, et cetera.” Hij onderbreekt zijn verhaal, wacht tot het geratel van een bandenwissel is verstomd. Dan met een waarschuwend vingertje: “Betaal nooit de autosport uit eigen zak. Dat is het domste wat je kunt doen. Als je met racen begint, laat het je niet meer los. Ik zie het op het circuit nog steeds gebeuren: mensen die hun hele vermogen erdoor jagen. ‘Een nieuw setje, graag’, zeggen ze stoer na een paar rondjes. Een bandensetje kost algauw 1500 euro. Je wordt een junk, hooked aan de snelheid en adrenaline. Ik heb er zelf nooit veel privécenten ingestoken.”

Overigens wel in een andere verslaving. “Ik ben een beetje te dik, vind ik. Probeer nu te matigen met ijs, daar ben ik écht dol op! Maar met kleinkinderen om je heen is dat niet makkelijk. Gelukkig loop en zwem ik elke dag een eindje. Ben nog aardig in vorm. Soms schrik ik van de conditie van de gemiddelde zestigplusser in dit land. Staan ze te hijgen en te piepen na tien verdiepingen met de trap.”

Brood op de plank

Al vroeg ontkiemt ook de ondernemer in Bleekemolen. Rond zijn achttiende begint hij een schoonmaakbedrijf, Night & Day. “Een vriendje van me had zo’n bedrijf en reed in mooie auto’s rond. Dat wilde ik ook wel. Maar het was vooral een kwestie van brood op de plank – ik geef graag geld uit en dan moet je ook wat verdienen. De zaken liepen behoorlijk, met op een bepaald moment bijna honderd medewerkers. Maar steeds als ik in het buitenland had geracet, werd ik bij thuiskomst geconfronteerd met schoonmaakbesognes. Het begon te wringen, de racerij, het bedrijf én de toenemende regelgeving op personeelsgebied. Op een dag heb ik het goed kunnen verkopen.” Dat maakt de weg vrij voor het bedrijf waar de naam Bleekemolen onlosmakelijk mee is verbonden: Race Planet. In 1993 opent hij de eerste indoorkartbaan van Nederland. “Ik was in Engeland gaan kijken. Daar lag de enige overdekte baan van Europa, in een oude treinremise, inclusief rails. In Nederland ben ik stad en land afgereisd voor een geschikte locatie. Geen enkele gemeente wilde meewerken, tot uiteindelijk Mijdrecht ‘ ja’ zei.” Bleekemolen ontketent een rage, eerst in ons land, daarna ook in de rest van de wereld. “Mensen stonden in een rij te wachten om in te stappen; het was gekkigheid.”

“Je wordt een junk, hooked aan snelheid en adrenaline.”

Op volle toeren

Afgelopen jaar ging de kartbaan in Mijdrecht dicht. Een ‘puur zakelijke’ beslissing volgens Bleekemolen. De hypermoderne vestigingen van Race Planet in Delft en Amsterdam draaien op volle toeren. We ontvangen jaarlijks zo’n 400.000 mensen. Het karten staat weer helemaal op de kaart, dankzij Max natuurlijk. Die is, net als ik trouwens, ook ooit in een kart begonnen. Ik kreeg vanochtend nog een mailtje van een vader. ‘Geachte heer Bleekemolen, hoe moet ik het aanpakken om mijn zoontje van vier in de Formule 1 te krijgen?’ Ik probeer altijd alle mailtjes te beantwoorden. In dit geval heb ik maar geschreven: ‘Het is niet makkelijk. Heb samen vooral veel lol’. Ik heb mijn eigen zonen nooit gepusht. Ze vonden het leuk, en bleken allebei gewoon snel. Sebastiaan rijdt voor Team Bleekemolen en helpt me met de bedrijfsvoering van Race Planet. Jeroen, de jongste, is professioneel coureur en fabrieksrijder in Amerika voor Dodge Viper. Ze doen het goed. Belangrijker: we zijn close als gezin. Goh, ik liet Sebastiaan als knulletje van zes gewoon met de voorwielen omhoog in een kart wegrijden. Dat zou ik nu m’n kleinkinderen niet meer laten doen.”

Lol op het circuit

Op Zandvoort sleepte hij als jochie met jerrycans voor Carel Godin de Beaufort, de ‘Racende Jonkheer’. Het circuit aan zee is nog steeds zijn thuishaven. Team Bleekemolen, zijn raceteam, is gehuisvest in een hangar op het terrein. Onder de vlag van Bleekemolens Race Planet huurt hij ook het circuit af voor bijzondere race-arrangementen, zogenaamde Race Experiences, waarbij deelnemers zelf supersnelle rondjes mogen klokken. De vloot van Bleekemolen bestaat niet alleen uit Formulewagens maar ook uit bloedsnelle modellen van Ferrari, Lamborghini, Porsche, Mercedes en Aston Martin. “Onlangs hebben we drie McLarens aangeschaft, de 540c, knalgeel. Het rijdt subliem, echt! Ten opzichte van andere merken krijg je bij McLaren heel veel auto voor een relatief lage prijs. Mensen gaan er op het circuit een hoop lol aan hebben. “Ik begon al in de jaren tachtig met die Race Experiences. Eerst als uitje voor sponsors, later als onderdeel van de onderneming. Het is uitgegroeid tot een volwassen bedrijf, uniek in Nederland, met dikwijls twee- tot driehonderd mensen op een dag!”

Als ondernemer gaat het Bleekemolen dus voor de wind. Maar geld zegt hem niet zoveel. “Als ik op zakelijk gebied écht gas had gegeven, dan had ik veel meer uit mijn maatschappelijke carrière kunnen halen. Mijn kluis is leeg. Alles zit in spulletjes. Ik houd van materiële zaken. Ga graag op vakantie met de kinderen, bezoek regelmatig Monaco waar m’n boot ligt en woon met mijn vrouw Loes in een mooi huis. Ik ben een levensgenieter, altijd geweest.”

Auteur: Leo Alexander / Fotografie: Rick Arnold